21-06-05

Haren een dorp in de grootstad Brussel

De geschiedschrijving over Haren begon in 1050. Uit “Miracula Sancti Trudonis” van Stephelinus komt volgend citaat: “ex pago Haren, inter Bruxellam et Vilvordiam”, uit Het dorp van Haren, tussen Brussel en Vilvoorde.

In 1208 werd de Woluwe, die oorspronkelijk te Haren in de Zenne uitmondde, via Machelen naar Vilvoorde afgeleid op bevel van Hertog Hendrik I van Brabant. In 1228 schonk Hendrik I grond gelegen tussen de Zenne en het dorp aan de abdij van Grimbergen, met de bedoeling deze over te brengen naar Haren. De overbrenging van de abdij ging echter niet door onder druk o.a. van de heren van Grimbergen en van een deel van de geestelijken van de abdij zelf.

 

De parochie Haren werd voor het eerst vermeld in 1241. Het oudste deel van de huidige kerk, de basis van de toren, is waarschijnlijk uit de 12de eeuw. De parochie is dus waarschijnlijk nog ouder. In de loop van de eeuwen werd er aan de kerk heel wat bijgebouwd. Tijdens de restauratie in de jaren vijftig werden muurschilderingen ontdekt.

In 1322 werd het “Castrum” reeds vernoemd, deze plaatsbenaming wordt meestal verbonden met het kasteel of de hoeve van Cortenbach. Het zou echter ook kunnen gaan om een plaats gelegen aan de Dobbelenberg. Het kasteel van Cortenbach stamde uit de zestiende eeuw en werd in 1948 afgebroken. Op het domein van Ter Elst liet de directeur van de Miuntschouwburg Jean Nicolas Servandoni, met als artiestennaam d’ Hannetaire, in 1759 kasteel bouwen. Karel van Lorreinen, gouverneur des Oostenrijkse Nederlanden was er een graag gezien gast. Het kasteel werd na wereldoorlog I afgebroken en met de stenen ervan werd de kerk van Diegem Lo gebouwd. In het centrum van het dorp lag het goed van Flodorp dat in 1943 door een bombardement vernietigd werd.

 

In 1561 werd het kanaal Brussel-Willebroek ingehuldigd. Hoewel niet gelegen op het grondgebied van Haren, had dit kanaal toch een grote invloed op de geschiedenis van Haren, Het kanaal werd o.a. gebruikt voor het vervoer van de zandsteen die in Haren en Diegem ontgonnen werd; ervoor gebeurde dit via de Zenne.

In 1684 werd in de oude pastorij van Haren een vredesovereenkomst getekend tussen een afgevaardigde van Frankrijk en Prins Willem III van Oranje.

Haren maakte kennis met de industriële revolutie in 1835, met de aanleg van de spoorlijn Brussel-Mechelen. Later volgden nog verschillende andere spoorwegen en het vormingsstation. In 1928 werd langs de Ganzeweidestraat de Centrale Werkplaats van de Baan in gebruik genomen.

In de eerste wereldoorlog legden de Duitsers op het Harenheideveld een vliegveld aan. Dit werd later door de Belgische overheid uitgebouwd tot de eerste nationale luchthaven.

In 1875 werd de fanfare Gretry-Kring opgericht, in 1877 de fanfare De Eendracht (in 1919 werd het een harmonie). In deze periode kwamen in Haren, dat tot dan een zuiver landbouwdorp was, de eerste industriële vestigingen. Bedrijven zoals Alker en Chotteau, alias het “Stinkkot” (1874) Blue Destrée (1884), Peters Lacroix (1885) en de Meunerie Bruxelloise (1889) vormden de basis van de industrie langs het kanaal en te Haren Noord. Duizenden arbeiders, van ver buiten de provincie, vonden in Haren Noord een werkplaats. Door de talloze pendelaars groeide het station van Haren Noord, later Haren Buda, uit tot één van de belangrijkste stations van Vlaams Brabant. Eind van de jaren zeventig en begin van de jaren tachtig ging het bergaf met de industrie van Haren Noord. Vele bedrijven sloten hun deuren, dikwijls door faling. Een groot deel van de vrijgekomen gebouwen en gronden werd ingenomen door nieuwe vestigingen. Andere gronden worden nu opnieuw bouwrijp gemaakt. Het aantal werknemers is echter sterk teruggelopen. Hiertegenover staat de nieuwe industriezone langsheen de Raketstraat. Op de terreinen van het oude vliegveld zijn zich sinds sedert het midden van de jaren zeventig een aantal bedrijven komen vestigen die spitstechnologie  afleveren.

Tegelijk met de industriële revolutie die Haren Noord kende in de laatste decennia van de vorige eeuw maakte de landbouw ook een revolutie door. De klemtoon kwam te liggen op de tuinbouw en dan vooral nog de witloofteelt. De “Boerkozen” voerden met paard en kar hun groenten naar de Brusselse vroegmarkt . Het witloof werd ook uitgevoerd. Zo vertrokken er uit Haren-Linde treinen volgeladen met witloof naar de ons omringende landen. Later kwam er nog export naar Amerika bij.

 

Om de uitbreiding van de Brusselse zeehaven mogelijk te maken, werd door de wet van 30 maart 1921 Haren samen met Laken en Neder-Over-Heembeek ingelijfd bij de Stad Brussel op 2 april 1921. Haren werd deel van Brussel tweede district.

Tijdens de tweede wereldoorlog werd Haren zwaar getroffen. Talrijk waren de bombardementen op de strategische installaties van de spoorwegen in 1943 en 1944. Vele bommen misten hun doel en troffen woningen, hierbij vielen de levens van tientallen burgers te betreuren.

In 1967 vestigde de N.A.V.O. , zijn hoofdkwartier te Haren. In 1975 begon in de Noendelle de bouw van de stelplaats voor MIVB-bussen, hiermee verdween de laatste grote open ruimte van Haren.

Na het overlijden van mevrouw De Riemaecker in 1977 werd voor de eerst iemand van Haren gekozen als Schepen van de Stad Brussel, het was Mevrouw Hano de Bruyne. Zij oefende dit schepenambt slechts kortstondig uit. Zij overleed in 1979.

Met de komst van de MIVB-stelplaats kwam er terug schot in de aanleg van rioleringen te Haren.

Op 23 september 1988 werd de Nederlandstalige bibliotheek geopend. Plannen voor een sporthal en trefcentrum zijn intussen gerealiseerd. Na de aandacht voor de industrie in Haren, komt er nu aandacht voor de Harenaars en hun behoeften.

Foto’s uit de oude doos Klik Hier


Meer over Haren op deze Site Klik Hier
 

Haren vóór de annexatie in 1921 – Klik Hier


 

08:00 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.