16-05-05

Tussen Hemel en Aarde – 16/05/05 tot 14/08/05

In het kader van de 175ste verjaardag van België presenteren de drie instituten van de Pool Ruimte en het Planetarium van de Koninklijke Sterrenwacht de tentoonstelling "Tussen hemel en aarde", 175 jaar aard- en ruimtewetenschappen in België.

 

De forse internationale bijdrage van het geheel nieuwe België op het gebied van de wetenschappen van de aarde en het universum kreeg gestalte in de oprichting en de ontwikkeling van de nationale sterrenwacht, waaruit snel eerst het Koninklijk Meteorologisch Instituut en later het Belgisch Instituut voor Ruimte-aëronomie zich gingen losmaken.

 

In het Planetarium kan de bezoeker het boeiende verhaal van die drie instituten beleven die nu de Pool Ruimte vormen. Dankzij hen behoudt het moderne België een toppositie in de rij landen die het meest geavanceerd zijn op wetenschappelijk en technisch gebied.


Planetarium van Brussel

 

Boechoutlaan, 10 te 1020 Brussel

9u-16u30 van maandag tot vrijdag

13u30-18u op zondag


08:00 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Geschiedenis van KMI, Bira en Sterrenwacht De meeste van de tien tentoonstellingen die worden georganiseerd in het kader van de 175ste verjaardag van België, vinden plaats in drukbezochte musea in de stad. Maar zopas is er nog eentje geopend op een minder gebruikelijke locatie en over een apart onderwerp, dat daarom niet minder de moeite is. Op naar... het Planetarium!

Voor de meesten onder u is het Planetarium op de Heizel waarschijnlijk een Mekka dat je minstens eenmaal in je jeugd op verplichte schoolreis moet bezoeken. Geen haar op uw hoofd dat er nog aan denkt er nog eens heen te gaan, tenzij misschien nog één keertje om met uw zoontjes naar Mars te gaan kijken. Maar het Planetarium laat zich ook niet onbetuigd in de reeks bijzondere tentoonstellingen die de Federale Wetenschappelijke Instellingen organiseren ter gelegenheid van 175 jaar België. Nog tot eind augustus is de grote hal getransformeerd tot expositieruimte, waar bezoekers gratis kunnen kennismaken met de geschiedenis en de werking van drie instituten, die gemeenschappelijke roots hebben in Brussel, maar die wel belangrijke internationale spelers zijn. Tussen hemel en aarde heet de tentoonstelling, en ze legt een parcours af langs de ontstaansgeschiedenis van de Koninklijke Sterrenwacht van België, het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) en het Belgisch Instituut voor Ruimte-aëronomie (Bira).

KMI
Het verhaal begint in 1826, nog voor het ontstaan van het onafhankelijke België dus, wanneer Willem I, de koning der Nederlanden, een Koninklijk Besluit ondertekent ter oprichting van een sterrenwacht in Brussel. Met de bouw wordt een jaar later begonnen aan de Schaarbeekse Poort in Sint-Joost-ten-Node. Initia­tiefnemer is de astronoom Adolphe Quetelet, die in 1830 tot directeur van de instelling wordt benoemd door de voorlopige regering. Toch duurt het nog tot 1834 vooraleer het gebouw voltooid is en de toestellen in gebruik kunnen worden genomen.

Enkele decennia later barst de Koninklijke Sterrenwacht van Brussel uit haar gebouw, en er dringt zich een verhuizing op, naar gloednieuwe gebouwen in Ukkel. Hoewel de werkzaamheden al in 1883 van start zijn gegaan, kan de verhuizing pas in 1890 plaatsvinden. Ook de naam wordt uitgebreid: voortaan is de Sterrenwacht niet enkel ‘van Brussel’, maar kortweg ‘van België’.

Negen jaar later wordt in Ukkel ook het eerste seismologische centrum van het land geïnstalleerd, en in 1904 wordt ons land uitgerust met een seismologisch netwerk. Ook het paviljoen dat Ernest Solvay had laten inrichten in Ukkel, wordt aan de Sterrenwacht geschonken. Maar de Sterrenwacht begint te omvangrijk te worden, zodat in 1913 de beslissing valt om de meteorologische dienst af te splitsen als autonome instelling, onder de naam Koninklijk Meteorologisch Instituut van België, heden beter bekend als KMI. Dat KMI wordt bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog omgedoopt tot Meteorologische Dienst van het Leger. De weerkundige dienst wordt ontbonden, het personeel verspreid over verschillende diensten. Maar ondanks het strenge toezicht van de bezetter slaagt het KMI er toch in de oorlog te overleven en zijn activiteiten verder te zetten. Tussen 1941 en 1956 worden er vanuit Ukkel zelfs vier (inmiddels beroemde) kometen ontdekt, met behulp van de dubbele astrograaf.

Bira
Pas in de jaren vijftig doet de aëronomie offi­cieel haar intrede in wetenschappelijke kringen. De studie van de hogere lagen van de aardse atmosfeer reikt tot aan de interplanetaire ruimte, op honderdduizenden kilometers hiervandaan, en omvat dan ook heel wat belangrijke onderzoeksvelden, zoals het broeikaseffect, het gat in de ozonlaag, de voortplanting van radiogolven in de ruimte, orbitale afwijkingen en zo meer.

In 1959 wordt het Nationaal Centrum voor Ruimteonderzoek opgericht. Het is een periode van grote vernieuwingen: in 1957 worden bij de Sterrenwacht bijvoorbeeld de eerste gravimetrische waarnemingen gedaan. Door schommelingen in de zwaartekracht te meten, kan men de beweging van de aardplaten bestuderen. En in 1958 wordt het International Center for Earth Tides geïncorporeerd in Ukkel. De Sterrenwacht krijgt zijn eerste computer, en de nieuwe gebouwen van het KMI in Ukkel worden in gebruik genomen. Er komt een nieuwe sectie Chemie van de Atmosfeer en Radioactiviteit, en een Rekencentrum met zeer krachtige computers die voor het eerst ook dagelijkse numerieke voorspellingen mogelijk maken.

In 1965 maakt ook de Aëronomische Dienst zich los van het KMI; hij heet voortaan Bira – Belgisch Instituut voor Ruimte-aëronomie. Dirk Frimout is een van de bekendste medewerkers. Drie jaar later moet het Alberteum – het oorspronkelijke planetarium dat al sinds 1935 bestond – wijken voor het huidige gebouw. Dat wordt in 1976 in gebruik genomen, als onderdeel van de Koninklijke Sterrenwacht van België.

Aardbeving
De tentoonstelling bestaat niet louter uit bordjes met data, teksten en foto’s; in glazen kasten worden ook heel wat oude, interessante voorwerpen en instrumenten getoond. Oude rekenmachines, aritmometers, addometers, telmachines, rekenboeken, lenzen van heliometers, pyranometers, heliostaten, frigorimeters en zo meer – vraag ons niet wat het allemaal betekent, u kunt het beter zelf gaan bekijken. Op schermpjes kunt u de zonnewerking volgen of aan een spacequiz deelnemen. En op een platformpje kunt u uw eigen persoonlijke aardbevinkje veroorzaken. Enkele planeten op schaalmodel hangen achter in de ruimte te zweven en tonen hoe nietig onze aardbol wel is, en enkele panelen boven aan de trap verhalen over de actuele bijdragen van de Belgische instituten en hun wetenschappers tot het internationale ruimtegebeuren.

De gratis tentoonstelling is een geschikt opwarmertje voor een bezoek aan het Planetarium, maar ze is op zichzelf al een goede reden om eens langs te gaan.

Gepost door: Jantje | 26-05-05

De commentaren zijn gesloten.