30-03-05

'Nie zievere... Speile!' huldigt Raymond Goethals

 “Nie zievere... Speile!” Het is een van de vele legendarische uitspraken van Raymond Goethals. En tegelijkertijd ook de titel van de column die hij jarenlang samen met Alain Ronsse schreef voor de sportbladzijden van Het Laatste Nieuws. Een aantal van die spitante voetbalwijsheden werd nu samen met Goethals’ memoires gebundeld in een boek. Op zijn verzoek overigens, want den Tuuveneir was niet zo maar ijdel. Hij was ook bang. Bang om vergeten te worden, bijvoorbeeld. Vanaf deze week ligt hij in de boekhandel. En zo belandt hij ongetwijfeld waar hij thuishoort: op de hoogste schappen van de vaderlandse sportgeschiedenis.


De Tovenaar is dood, Leve de Tovenaar !


18:21 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Raymond Goethals Samen met de muzieklegende Toots Thielemans – een generatiegenoot – droeg Raymond Goethals tientallen jaren de ziel van Brussel uit. Een ongelooflijke gedrevenheid, vakkennis en talent gingen hand in hand met de gemeende goedlachsheid en typische zwans van de Brusselse ket. En met sumpele, en dus ontwapenende filosofie. Vedette Cantona niet tevreden met een plaats op de bank? “Awel, zet aa d’er dan neffest!”

Was Goethals zonder meer de god­father van het Belgische voetbal, dan werd de journalist Alain Ronsse zijn petekind. Zijn vertrouweling, maar ook geregeld zijn chauffeur en secretaris. Wie een afspraak met Raymond la Science wilde, passeerde langs Ronsse. Marseille-spits Boli die op de begrafenis absoluut de kist wilde dragen? Hij belde naar de man van Het Laatste Nieuws. De jarenlange samenwerking was uitgemond in een nauwe vriendschap.

Zeven jaar verzorgde Ronsse de wekelijkse column met Goethals in Het Laatste Nieuws. In het voetbalwereldje werd traditioneel uitgekeken naar het oordeel in de dinsdagkrant. Door sommigen met een bang hartje. “Voetbal, dat beleef je niet, dat analyseer je. Zo kun je inderdaad het levensmotto van Goethals samenvatten,” zegt Alain Ronsse. “Die column in de krant lag Goethals dan ook na aan het hart. Twee of drie weken voor een nieuw voetbalseizoen begon, hing hij al aan de telefoon. Met een ‘k’Em nog niks guut, ze willen maa toch nog?’ Na zijn carrière als trainer was het wekelijkse stukje zijn link met het voetbal. Daar kon hij zijn gedachten erover kwijt. Met voetbal stond hij op en ging hij slapen. Hij bereidde onze wekelijkse babbel in de Leo Petanque Club ook altijd bijzonder gedetailleerd voor. Op papier, al kreeg ik dat papier nooit mee.”

“En ja, in de voetbalwereld werd echt uitgekeken naar de dinsdageditie van Het Laatste Nieuws. We hebben daar altijd veel reacties op gekregen. Van lezers, maar ook van krantenwinkels, die merkten dat op dinsdag de verkoop steeg. Zowel uit journalistiek als uit commercieel oogpunt was het dus een succes, maar Goethals heeft er nooit een vergoeding voor gewild. Tenzij na lang zagen een nieuwe bureaustoel. En dan nog: maandenlang reed hij op en neer naar Vastiau-Godeau. Tot hij er de beste prijs had bedongen. Zo zuinig hij was voor zichzelf, zo voorzichtig sprong hij om met het geld van anderen. Dat is ook altijd zo geweest in de voetbalclubs waar hij werkte.”

Anekdotes
“Dit boek is er uiteindelijk op zijn vraag gekomen. In Frankrijk was er wel al eens een boek over hem verschenen (van co-auteur Serge Trimpont, nu manager van Anderlecht-speler Aruna en in het verleden ook journalist bij Le Soir en even clubmanager van Union, FM), maar dat was puur voor de Franse markt. Uiteindelijk hebben we de memoires van Raymond vorige zomer in de krant gepubliceerd. Maar een krant is een wegwerpproduct en dus vluchtig. Een boek blijft langer. En Raymond was zo bang om vergeten te worden. Dat speelde zeker de laatste maanden van zijn leven in zijn hoofd. Daarom ook dat ik me er na zijn dood heb aan gezet. Als eerbetoon aan een vriend, omdat hij dit boek zo graag wilde. Het is geen echte biografie geworden, geen allesoverschouwend overzicht. Het staat in de eerste plaats vol met anekdotes, en het vertelt zijn voetbalverhaal zoals hij het zelf ervaren heeft.”

En voor Raymond Goethals begon zijn verhaal toen hij trainer werd in Sint-Truiden en duurde het tot hij ‘de beker met de grote oren’ won met Marseille. 71 was hij toen. Zijn kinderjaren, zijn carrière als keeper bij Daring Club, het waren allemaal faits divers waar hij het liever niet over had. Niet relevant, vond hij. En over privé-aangelegenheden mocht al helemaal niet gerept worden. “Dan klapte hij meteen dicht,” zegt Ronsse. “Ook ik mocht daar niet naar vragen. Eén keer heb ik de naam Betty laten vallen. Ik heb het nadien nooit meer gedurfd.”

Betty – Berthe eigenlijk – was veertig jaar getrouwd met Goethals, maar het kwam tot een pijnlijke breuk. Na de dood van Goethals ging Alain Ronsse met haar praten. Het relaas ervan vind je terug in Nie zievere... Speile en het is zonder twijfel een van de mooiste passages van het boek geworden. Niet zozeer om de exclusieve informatie die de lezer meekrijgt, maar in de eerste plaats omwille van de tederheid. Uit journalistiek oogpunt is het een serieus surplus. Maar pleegde Alain Ronsse als vriend niet een beetje ‘verraad’?

“Eerlijk gezegd: ten opzichte van Raymond ben ik hiermee inderdaad over de schreef gegaan. Daar kan ik niet onderuit. Maar anderzijds vond ik het gesprek met Betty en het beeld dat zij ophing, zo positief, dat ik dit moest doen. Dus als er een hiernamaals of zo bestaat, dan hoop ik dat hij het me kan vergeven.”

Geen clown
Het boek verschijnt tot nader orde alleen in het Nederlands. Terwijl de voertaal tussen Goethals en Ronsse meestal het Frans was. Dat de moeder van Raymond een Française uit Lille was bijvoorbeeld: bijna niemand die het wist. Goethals’ taaltje was een kleurrijk allegaartje, overgoten met dat typische Brusselse dialect.

“In de beginperiode van de columns hebben we wel iets moeten bijschaven,” zegt Alain Ronsse met een glimlach. “Als het al te fonetisch werd, dan haakten mensen af. Maar alles wegsnoeien, dat kon en mocht niet. Er bleven naast Brusselse bastaards ook heel wat Franse zinsneden in, dingen die hun kracht en kleur verliezen als je ze gaat vertalen of uitleggen. Dat is ook in het boek zo gebleven. Met iets anders had ik me niet kunnen verzoenen.”

“Maar Goethals was echt veel meer dan wat grappen en grollen. Achter elke woordspeling zat ook een beredeneerde gedachte. Sommige collega’s in de media durfden hem weleens op te voeren als een clown, en Raymond doorzag dat niet altijd. Maar vergis je niet: voetbal was voor hem iets heel ernstigs. De verpakking was soms wel komisch, maar de boodschap nam hij altijd au sé­rieux. Zijn geheugen en zijn tactisch talent waren fenomenaal. Ook in het bespelen van spelers, clubvoorzitters of publiek, van journalisten of andere gesprekpartners. Een fait divers die het boek niet gehaald heeft, maar die toch veel over hem vertelt: in Marseille ging het een paar weken niet goed en dus steeg automatisch de druk op de trainer. Toen in een daaropvolgende match de tegenstander niet werd teruggefloten voor vermeend buitenspel, stormde Goethals van zijn bank, schoot hij naar de grensrechter, pakte zijn vlag af en ging er zelf ostentatief mee zwaaien. Een ingeving van het moment wellicht, maar terzelfder tijd ook een intelligente zet. Want de vijftigduizend fans gingen meteen achter hun coach staan en riepen: ‘Goet-hals! Goet-hals!’ En weg was de trainerscrisis.”

Alain Ronsse, Nie zievere... Speile! – Raymond Goethals, van straatvoetballer tot Europees kampioen, uitg. Van Halewyck, 197 blz., 17,50 euro, vanaf deze week in de boekhandel

Gepost door: Jantje | 30-03-05

De commentaren zijn gesloten.