04-02-05

175 jaar België reeds gestart of toch niet?

Hoewel de officiële start van de feestelijkheden rond 175 jaar België pas voor 17 februari 2005 gepland is, opent de tentoonstelling “Het geheugen van Congo. De koloniale tijd.” reeds op 4 februari 2005 haar deuren.

 

Deze tentoonstelling belicht de koloniale geschiedenis van Congo en België en brengt aan de hand van specifieke thema’s een bewogen periode tot leven. De tentoonstelling behandelt de hele koloniale tijd in al zijn dimensies.

 

Weinig gekende objecten, kunstwerken, documenten, films en foto’s maken de bezoeker vertrouwd met deze periode. Gefilmde interviews laten de stemmen horen van Belgen en Congolezen die deze complexe periode van nabij meemaakten of die ze vandaag analyseren. Ze brengen dit emotioneel geladen verleden weer tot leven.

 

De tentoonstelling heeft plaats in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, Leuvensesteenweg 13,  3080  Tervuren, en loopt tot 9 oktober.

 

Het museum is open van 10 tot 17.00 uur van dinsdag tot vrijdag en van 10 tot 18.00 uur op zaterdag en zondag.

 

Africamuseum (Tervuren)
zie ook www.congo2005.be


10:03 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

'Het geheugen van Congo' wil vooral informeren Met de organisatie van Het geheugen van Congo. De koloniale tijd gaf het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika zichzelf een erg moeilijke opdracht. Het thema is controversieel en complex en bijna elk hoofdstuk is een aparte tentoonstelling waard. Neem nu dat over het beeld dat men in ons land, bewust of onbewust, van Kongo ophing. Bijvoorbeeld tijdens Expo ’58 op de Heizel.

Het geheugen van Congo is voor het Afrikamuseum een bijzonder belangrijke tentoonstelling. Velen beschouwen ze als het breekpunt tussen het Afrikamuseum oude stijl, met oubollige presentaties en zonder kritiek op stichter Leopold II, en een vernieuwd museum, aangepast aan de nieuwe inzichten en presentatiemogelijkheden van vandaag. Maar één tentoonstelling kan natuurlijk onmogelijk een volledige breuk tussen verleden en toekomst bewerkstelligen.

Het was misschien nog niet iedereen opgevallen, maar de voorbije jaren waren er al wel degelijk enkele boeiende (samenwerkings)projecten te zien in Tervuren. Anderzijds zal het nog wel even duren eer het museum volledig is vernieuwd – maar de herinrichting is gepland.

Hoewel Het geheugen van Congo een bij uitstek documentaire expositie is waar uitgebreide tekstpanelen maar moeilijk konden worden vermeden, heeft men toch gepoogd om het parcours zo levendig mogelijk te maken, met reconstructies, een mooie vormgeving, veel foto’s en beeldopnamen. In bijna elke afdeling van de tentoonstelling kunnen mondelinge getuigenissen worden beluisterd – en zulke stemmen laten toch zelden alleen de officiële geschiedenis horen.

Tribunaal
Directeur Gryseels gaf van tevoren te verstaan dat er altijd kritiek zou kunnen worden geleverd op de behandeling van een zo gevoelig en moeilijk onderwerp als de koloniale tijd. “We willen juiste en evenwichtige informatie bieden, zonder oordeel of rechtvaardiging. Kongo heeft nu iets anders nodig dan een Europa dat zich op de borst klopt,” luidde het vorige week op de persvernissage.

Ja, het Afrikamuseum heeft in het verleden een gekleurd beeld opgehangen van de inwoners van Kongo. Ja, er zijn onder het bewind van de Belgen verschrikkelijke dingen gebeurd, onder andere op de rubberplantages, en er zijn vele slachtoffers gevallen, als direct gevolg van het koloniaal systeem. Maar de ontvolking van Kongo in de periode tot 1930 had niet alléén met de kolonisatie door de Belgen te maken, zo luidt het, maar ook met epidemies, hongersnoden, de slavenhandel die de Belgische kolonisatie voorafging...

Aan het eind van de tentoonstelling is een ‘tribunaal’ opgericht: vijftien getuigen die ieder hun eigen waarheid vertellen over de gezamenlijke geschiedenis van België en Kongo. Zelden zoveel bezorgdheid gezien van tentoonstellingsmakers om hun presentatie in de juiste context te plaatsen en te verantwoorden als op deze expositie.

Expo ’58
Een boeiende zaal is die over ‘Ontmoetingen’ – je leert er bijvoorbeeld dat de Belgen wel heel veel inspanningen leverden om voor lager onderwijs in de plaatselijke talen te zorgen, maar nauwelijks investeerden in hoger onderwijs. Of dat de scheiding tussen de rassen duidelijk valt af te lezen van de stedenbouw, met tussen de autochtone en de blanke wijken een zogenaamd ‘neutrale zone’. Of dat de rumba, afkomstig uit Cuba en dus geen Europese muziek, vanaf het eind van de jaren 1940 erg populair werd in de Afrikaanse steden.

Belgisch beschavingswerk
In de afdeling ‘Beeldvorming’ toont het museum zich kritisch tegenover het eigen verleden, dat ‘het beschavingswerk van de Belgen’ centraal stelde. Expedities vertrokken om materiaal bij elkaar te brengen. Aanvankelijk was men slechts geïnteresseerd in het verzamelen van zogenaamd authentieke, niet door Europa besmette (kunst)objecten. Latere onderzoekers betoonden ook meer belangstelling voor de mensen achter deze voorwerpen.

Op de Wereldtentoonstelling in 1958 op de Heizel waren verschillende paviljoenen voor Belgisch Afrika gereserveerd. Terwijl de Kongolese elites al volop meer rechten eisten voor het Kongolese volk en de onafhankelijkheid niet ver meer af was, gaf Expo ’58 een voorstelling van zaken alsof er geen vuiltje aan de lucht was en er een harmonieuze Belgisch-Kongolese gemeenschap bestond. “Op Expo ’58 werd door België nog steeds de nadruk gelegd op ‘beschaving en ontwikkeling’,” aldus commissaris Sabine Cornelis, “op alles wat men in Kongo had verwezenlijkt.”

Hoewel er ook veel Kongolezen bij de voorbereiding van Expo ’58 waren betrokken, kwalificeert Cornelis de tentoonstelling toch als een verregaande uiting van zelfgenoegzaamheid van Belgische kant. Typerend is de beslissing om net zoals op de koloniale expositie in 1897 in Tervuren Kongolezen naar Brussel te brengen om het dagelijkse leven in een Kongolees dorp te verbeelden. De ambachtslui ontvingen grondstoffen, die ze dan onder toezicht van een Europese ambtenaar zouden verwerken.

In 1897 keerden zeven Kongolezen nooit terug. Ze liggen begraven bij de kerk van Tervuren. In 1958 verlieten de Kongolezen voortijdig de Expo en reisen kwaad naar huis terug. “De bezoekers kwamen naar ‘de negers’ kijken. Die voelden zich dermate gekwetst door het gebrek aan respect, ja de onbeschoftheid van het publiek, dat ze besloten te vertrekken. De volkse beelden uit vroegere tijden lagen diep verankerd in de mentaliteit van de blanken en de goodwill van de organisatoren kon niet vermijden dat het tot ongeregeldheden kwam.”

Bereikbaar vanuit Brussel-Noord met snelbus 410 of vanuit Montgomery met Tram 44

Gepost door: Jantje | 10-02-05

De commentaren zijn gesloten.