08-12-04

Cultuurkloof in Belgisch onderwijs

De Vlaamse 15-jarigen behoren in het internationale Pisa-onderzoek bij de kopgroep. Hun Franstalige leeftijdsgenoten scoren veel slechter. Dat heeft vooral met een verschil in schoolcultuur te maken.

 

Het is geen toeval dat de andere koplopers in het Oeso-onderzoek Pisa 2003 Hongkong en Zuid-Korea zijn . Het zijn landen waar de schooldiscipline belangrijk is. Dat is ook in Vlaanderen het geval. Meer dan in het Franstalige onderwijs ervaren de Vlaamse leerlingen een grote prestatiedruk. Ze hebben ook meer dan hun Franstalige collega's schrik van de leerkracht.

 

Zittenblijvers zijn in de Vlaamse scholen zeldzamer dan in het Franstalig onderwijs. Drie op de tien Franstalige zesdejaars in het algemeen secundair hebben al een jaar overgedaan. In het Nederlandstalig onderwijs is dat aandeel zeventien procent.

 

In het beroepssecundair loopt het aantal zittenblijvers in het Franstalige gedeelte in het laatste jaar op tot meer dan tachtig procent. In het Vlaamse beroepsonderwijs heeft 'maar' zestig procent in het zesde middelbaar al een jaar verloren.

 

Ook de aanpak van de leerkracht verschilt in de twee gemeenschappen. Zo hebben Vlaamse leerkrachten meer aandacht voor het huiswerk van hun leerlingen.

 

Dat er in het Franstalige onderwijs meer allochtonen zijn, beïnvloedt ook de resultaten wiskunde, lezen, wetenschappen en probleem oplossen - die laatste test vraagt van de leerling een creatieve aanpak. De resultaten van allochtone leerlingen zijn duidelijk slechter. De taaldrempel en de sociale achtergrond spelen daarin een belangrijke rol.

PISA (EN)
Vlaams en Belgisch onderwijs


08:07 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.