26-07-04

Historique de Mélin

MELIN (Malen), Brabant-wallon

rattachée à Jodoigne

ancien domaine des ducs de Brabant

 

Le village de Mélin s'est formé à une époque très ancienne, à l'endroit où le chemin de Jodoigne à Louvain traverse le ruisseau de Gobertange (d'où les pierres de Gobertange).

 

Au douzième siècle, on signale des chevaliers de Mélin. Ce fut le duc Jean Ier qui, en 1284, transforma le village de Mélin en une seigneurie particulière au profit d'un fil de Waleran, duc de Limbourg, et d'Ermesinde, comtesse de Luxembourg, Gérard de Luxembourg, sire de Durbuy. Il y avait la justice à tous les degrés.

 

Le domaine de Mélin était considéré comme un des plus considérables et des plus avantagés du pays. En 1474, le seigneur était tenu de fournir, pour le service féodal, un homme d'armes avec trois chevaux, accompagné de trois combattants à cheval.

 

La localité souffrit considérablement des guerres civiles de la fin du 15e siècle, puis se releva pendant le règne de Charles-Quint, mais fut de nouveau dévastée pendant les guerres de religion.

 

Le seigneur, Thierri Bouton, ayant adhéré à la rébellion contre le roi Philippe II, la seigneurie de Mélin fut mise sous séquestre par ordre du duc d'Albe. En 1568, l'armée de Guillaume le Taciturne, prince d'Orange, vint camper autour de Jodoigne et se répandit jusqu'à Mélin, qu'elle mit au pillage. Bouton lui-même y vint et s'y logea avec un grand nombre de cavaliers et de piétons.

 

En 1576, la seigneurie fut restituée à la dame de Mélin. Le village, qui s'était relevé, fut incendié en 1690 par le marquis de Boufflers ; en 1693, les Français ravagèrent et saccagèrent les maisons rebâties et le restant du village ; l'église fut pillée.




15:13 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Onze Monarchie

Onze Monarchie

 

De officiële Site

 

 

 

 

KLIK HIER





08:51 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-07-04

Belgische kaart


 
 
 

 
 
 
 

 
 



15:16 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

22-07-04

België

België heeft een oppervlakte van 32.545 km² en maakte lange tijd deel uit van het koninkrijk der Nederlanden. Na een verbeten strijd met de Noordelijke provincies werd België in 1830 onafhankelijk verklaard. In 1831 kreeg de jonge staat zijn eerste koning, Leopold van Saxen-Coburg.

 

België is onderverdeeld in 3 gewesten : het Vlaams gewest, het Waals gewest en het Brussels hoofdstedelijk gewest. Deze gewesten zijn nog eens onderverdeeld in 10 verschillende provincies : Henegouwen, Namen, Luik, Antwerpen, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Waals-Brabant, Vlaams-Brabant, Limburg en Luxemburg.

 

De officiële landstalen zijn het Nederlands, het Frans en het Duits.

 

Nationale feestdag 21 juli

Hoofdstad Brussel

 

Staatshoofd Koning Albert II

Eerste Minister  Guy Verhofstadt

Munteenheid €

Tijdzone GMT + 1

Hoogste punt Botrange (694 m)

Electriciteit 220 V

Bevolking 10.263.414 inwoners

Het Koninkrijk België was aanvankelijk een unitaire staat met één parlement en één regering. De wetten van het parlement golden voor alle Belgen, en de ministers oefenden hun gezag uit over het hele Belgische grondgebied.

 

 

Maar in België zijn er twee grote bevolkingsgroepen, Vlamingen en Walen, die regelmatig met elkaar in conflict kwamen. In de tweede helft van de negentiende eeuw kwam er tussen deze twee bevolkingsgroepen een taalstrijd op gang. De Vlamingen (Vlaamse Beweging) ijverden voor de erkenning van het Nederlands als een volwaardige taal naast het Frans, dat sinds de onafhankelijkheid in 1830 de enige officiële taal van België was. Vanaf 1873 werden er verschillende taalwetten goedgekeurd waardoor het Nederlands een volwaardige taal werd naast het Frans. Maar dat betekende niet het einde van het conflict tussen de Vlamingen en de Walen. Na de Tweede Wereldoorlog namen de spanningen tussen de beide groepen toe. Langzaam groeide het inzicht dat Vlamingen en Walen over bepaalde gevoelige materies zelf moesten beslissen. Alleen op die manier kon het uiteenvallen van de Belgische Staat worden vermeden.

  

Tussen 1970 en 1993 keurde het Belgische parlement vier staatshervormingen goed, die de Belgische staat geleidelijk omvormden van een unitaire naar een federale staat. In een federale staat is er een opdeling van de bevoegdheden. Sommige bevoegdheden worden uitgevoerd door het parlement en de regering van de federale staat. Andere bevoegdheden worden uitgeoefend door het parlement en de regering van de deelstaat.

 

De wetten van het federale parlement gelden voor alle Belgen. De wetten van parlement van een deelstaat, die we decreten noemen, gelden enkel voor de inwoners van die deelstaat.

 

Daarom moet België sinds 1993 worden gezien als een federale staat met gewesten en gemeenschappen.

 

Een gemeenschap is een bevolkingsgroep die eenzelfde taal spreekt; een gewest is een welafgebakend grondgebied.

  

In België zijn er drie gemeenschappen: een Vlaamstalige, een Franstalige en een Duitstalige gemeenschap.

  

Daarnaast zijn er in België ook drie gewesten: het Vlaamse, het Waalse en het Brussels Hoofdstedelijk gewest

 

Een parlement en regering voor de federale staat, en een parlement en regering voor elk van de drie gewesten en voor elk van de drie gemeenschappen, maakt de staatsstructuur van België zeer ingewikkeld.

  

Daarom besliste Vlaanderen om de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest samen te voegen tot één Vlaams parlement en één Vlaamse regering. Dit maakt de besluitvorming een stuk eenvoudiger dan in Wallonië, waar er zowel een parlement en een regering voor de Franstalige Gemeenschap, als een regering en parlement voor het Waalse Gewest en een regering en parlement voor de Duitstalige Gemeenschap bestaan.

 

België heeft een oppervlakte van 32.545 km² en maakte lange tijd deel uit van het koninkrijk der Nederlanden. Na een verbeten strijd met de Noordelijke provincies werd België in 1830 onafhankelijk verklaard. In 1831 kreeg de jonge staat zijn eerste koning, Leopold van Saxen-Coburg.

meer info

meer info
meer info
meer info

Belgische Grondwet

08:36 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

België - Belgica - De Lage Landen

 

België (Fr.: Belgique; Duits: Belgien; Engels: Belgium), federaal koninkrijk in West-Europa, 30 528 vierkante kilometer (1998 reëel), met 10 289 088 (2003 schatting)inw. (337 personen per vierkante kilometer (2003 schatting)); hoofdstad: Brussel. Tot België behoort ook een aantal (ca. 30) in de Nederlandse prov. Noord-Brabant gelegen kleine gebieden (exclaves, waarbinnen twee Nederlandse enclaves behorend tot de gem. Baarle-Nassau liggen), die tezamen de gem. Baarle-Hertog vormen. In België geldt Midden-Europese tijd (MET). De munteenheid is (sinds 1 jan. 2002) de euro ( = 40,3399 Belgische frank). Het volkslied is La Brabançonne. De oorsprong van de benaming van het staatkundige begrip België is te vinden in de naam Belgae, een groep Keltische stammen die het gebied bewoonden dat onder de Romeinse keizer Augustus als de provincie Belgica zou worden ingericht. Na de Romeinse overheersing geraakte de naam in onbruik tot aan de humanisten (tweede helft 15de eeuw), die echter de namen Belgium en Belgae zowel op het huidige Nederland als op het huidige België als op de beide tezamen toepasten. Zo werd bijv. met de benaming Belgium Foederatum de Republiek der Verenigde Nederlanden aangeduid. Toen tijdens de Brabantse Omwenteling de Zuidelijke Nederlanden tot een onafhankelijke staat werden uitgeroepen, kreeg deze de naam États Belgiques Unis. De benaming Belgen werd voortaan bijna uitsluitend gebruikt met betrekking tot bewoners van het grondgebied dat later België zou vormen en met het ontstaan van de staat België (1830) kregen de namen België en Belgen voorgoed hun beperkte zin.


 

Belgica, in de Romeinse tijd een van de drie provincies van het door Augustus gereorganiseerde Gallia. Belgica, gelegen tussen de Seine, de Noordzee en de Rijn, omvatte behalve het gebied dat bewoond was door de Belgae, o.a. ook het grondgebied van de Treveri. De provincie was ingedeeld in een aantal civitates, waarvan de belangrijkste waren: Civitas Morinorum (hoofdplaats Terwaan), Civitas Menapiorum (hoofdplaats Kassel), Civitas Tungrorum (hoofdplaats Tongeren), Civitas Nerviorum (hoofdplaats Bavay), Civitas Treverorum (hoofdplaats Trier), Civitas Batavorum (hoofdplaats Nijmegen), Civitas Cananefatum (hoofdplaats Arentsburg), Civitas Frisiavonum (hoofdplaats onzeker). Onder keizer Domitianus (ca. 90 n.C.) werden Germania Inferior (later Germania Secunda, hoofdplaats Keulen) en Germania Superior (hoofdplaats Mainz) als afzonderlijke provincies van Belgica afgescheiden (zie Germania). Ca. 297 verdeelde Diocletianus de rest in de provincies Belgica Prima (hoofdplaats Trier) en Belgica Secunda (hoofdplaats Reims).






08:35 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De Brabançonne

Het Belgisch Volkslied

 

 O dierbaar België, o heilig land der vaad'ren,
Onze ziel en ons hart zijn U gewijd,
Aanvaard ons kracht en het bloed van ons aad'ren,
Wees ons doel in arbeid en in strijd,
Bloei, o land, in eendracht niet te breken,
Wees immer u zelf, en ongeknecht,
Het woord getrouw dat g' onbevreesd moogt spreken.
Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.
Het woord getrouw dat g' onbevreesd moogt spreken.
Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht,
|: Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht. :|

O Vaderland, o edel land der Belgen,
Zo machtig steeds door moed en werkzaamheid,
De wereld ziet verwonderd uwe telgen,
Aan 't hoofd van kunst, van handel, nijverheid.
De vrijheidszon giet licht op uwe wegen,
En onbevreesd staart gij de toekomst aan.
Gij mint uw Vorst, zijn liefde stroomt u tegen,
Zijn hand geleidt u op de gloriebaan.
Gij mint uw Vorst, zijn liefde stroomt u tegen,
Zijn hand geleidt u op de gloriebaan.
|: Zijn hand geleidt u op de gloriebaan. :|

Juicht Belgen, juicht in brede vol' akkoorden
Van Haspengouw tot aan het Vlaamse strand,
Van Noord tot Zuid, langs Maas- en Scheldeboorden,
Juicht, Belgen juicht, door gans het Vaderland.
Een man'lijk volk moet man'lijk kunnen zingen,
Terwijl het hart naar eed'le fierheid streeft.
Nooit zal men ons van onze haard verdringen
Zolang een Belg, 't zij Waal of Vlaming leeft.
Nooit zal men ons van onse haard verdringen
Zolang een Belg, 't zij Waal of Vlaming leeft.
Zolang een Belg, 't zij Waal of Vlaming leeft
.

 

(la Brabançonne)

Officiële tekst (Nederlands)


O dierbaar België,
o heilig land der Vadren,
onze ziel en ons hart zijn U gewijd.
Aanvaard ons kracht en bloed van ons adren,
wees ons doel in arbeid en in strijd.
Bloei, o land, in eendracht niet te breken;
wees immer U zelf en ongeknecht.
Het woord getrouw dat ge onbevreesd moogt spreken.
Voor Vorst, voor vrijheid en voor recht.
Het woord getrouw dat ge onbevreesd moogt spreken.
Voor Vorst, voor vrijheid en voor recht.
Voor Vorst, voor vrijheid en voor recht.
Voor Vorst, voor vrijheid en voor recht.

Officiële tekst (Frans)

Noble Belgique, à jamais terre chérie,
A toi nos coeurs, à toi nos bras.
Par le sang pur répondu pour toi, patrie,
Nous le jurons d'un seul cri: tu vivras.
Tu vivras, toujours grande et belle,
Et ton invincible unité,
Aura pour devise immortelle:
Le Roi, la Loi, La liberté. Le Roi, la Loi, La liberté.
Le Roi, la Loi, La liberté.
Aura pour devise immortelle:
Le Roi, la Loi, La liberté.





08:35 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Het Vlaamse Gewest

Vlaams Gewest, deelstaat van België. 13 522 vierkante kilometer, 5 940 251 (2000 schatting) inw. (bevolkingsdichtheid: 438 personen per vierkante kilometer (1999 schatting)) Hoofdstad Brussel. Het gewest omvat het grondgebied van de provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen en valt samen met het Nederlandse taalgebied van België. Het Vlaams Gewest werd als zodanig erkend in 1970 bij art. 107 quater (het huidige art. 3) van de Grondwet en kreeg rechtspersoonlijkheid bij de Wet van 8 aug. 1980. Het Vlaams Parlement is de wetgevende assemblée voor zowel gewest- als gemeenschapsaangelegenheden (zie gemeenschap, gewest). De Vlaamse regering oefent de uitvoerende macht uit. Ze is gevestigd te Brussel en telt maximaal elf ministers. Ze wordt gekozen door, maar niet noodzakelijk uit het Vlaams Parlement met toepassing van het klassieke meerderheidsbeginsel, volgens hetwelk de politieke partijen die in het parlement een meerderheid van zetels hebben, een coalitie sluiten en de regering samenstellen. De regering duidt uit haar leden een voorzitter, minister-president genoemd, aan. Deze benoeming wordt door de Koning bekrachtigd. De regering oefent de uitvoerende macht uit door middel van besluiten. Ze is als college en ieder van haar leden individueel verantwoording verschuldigd aan het parlement. De regering heeft recht van initiatief in het parlement en zij bekrachtigt de decreten (zie decreet). Haar besluiten worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.


Meer

08:34 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Het Waalse Gewest

De identiteit van Wallonië, een romaanse landstreek in een uithoek van de Latijnse wereld op de grens met het Heilige Roomse Rijk, werd door de opeenvolgende overheersers gevormd.

 

Ontdek hoe Wallonië van eeuw tot eeuw en verovering tot verovering evolueerde. Begrijp hoe het met vallen en opstaan tot stand is gekomen. Door zijn centrale ligging in Europa heeft het heel wat politieke aardverschuivingen meegemaakt.

 

Tussen 1831, het jaar waarin België onafhankelijk werd, en de federalisering van het land in 1970, heeft Wallonië zichzelf als volwaardig gewest op de kaart weten te zetten.


Waals Gewest

Waals Gewest (Fr.: Région wallonne), deelstaat van België; 16 844 vierkante kilometer, met 3 339 516 (2000 schatting) inw. (bevolkingsdichtheid: 198 personen per vierkante kilometer (1999 schatting)). Hoofdstad: Namen. Het gewest omvat het grondgebied van de provincies Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en Waals-Brabant en valt samen met het Franse en het Duitse taalgebied. Het Waals Gewest, erkend als zodanig in 1970 bij art. 107 quater (het huidige art. 3) van de Grondwet, kreeg rechtspersoonlijkheid bij de Wet van 8 aug. 1980. Het heeft een eigen parlement voor gewestaangelegenheden, het Waals Parlement, en een eigen regering (zie ook gewest). De regering heeft haar zetel te Namen. Ze telt ten hoogste zeven ministers. Deze worden gekozen door, maar niet noodzakelijk uit het Waals Parlement. De regering duidt uit haar leden een voorzitter, minister-president genoemd, aan. Deze legt de eed af in handen van de Koning. De regering oefent de uitvoerende macht uit door middel van besluiten. Ze is als college en ieder van haar ministers verantwoording verschuldigd aan het parlement. Ze heeft recht van initiatief in het parlement en bekrachtigt de decreten. Haar besluiten worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Voor gemeenschapsaangelegenheden zijn de Raad van de Franse Gemeenschap en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap (voor het Duitse taalgebied) en hun respectieve regeringen bevoegd.



08:34 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Het Brusselse Gewest

Sedert 18 juni 1989, de datum van de eerste gewestverkiezingen, is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een autonoom gewest, dat vergelijkbaar is met het Vlaamse Gewest en met het Waalse Gewest.

                             

Het statuut van Brussel als hoofdstad van België en de bestuurlijke inrichting ervan hebben geruime tijd gezorgd voor een netelig probleem in het politieke leven in België.

In grote lijnen kan het "Brussels vraagstuk" in de jaren zestig als volgt worden geschetst:

          vanuit Vlaams oogpunt, was Brussel een stad van Vlaamse oorsprong, die deel moest blijven uitmaken van het grondgebied van het Vlaams Gewest; naarmate Brussel mettertijd een overwegend Franstalige stad is geworden, groeide bovendien de vrees bij de Vlamingen dat ze in het Belgische politieke landschap geconfronteerd zouden worden met twee Franstalige gewesten (het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest)

          vanuit het oogpunt van de Franstaligen, was Brussel een Franstalige stad waar de macht - met name op gemeentelijk vlak

          aan hen toekwam door het algemeen stemrecht; derhalve zou de oprichting van een specifiek gewest voor Brussel deze bevoegdheid opnieuw ter discussie kunnen stellen in het voordeel van een zuivere taalpariteit

          destijds kwam de vraag naar gewestvorming vooral uit Waalse kringen, terwijl de Vlaamse voorstanders van autonomie in eerste instantie pleitten voor cultuurautonomie: volgens hen was er immers geen reden om de besluitvorming te regionaliseren in een Belgische Staat waar zij de meerderheid uitmaakten.

In 1970 werden door de herziening van de Grondwet drie gewesten tot stand gebracht: het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, en het Brusselse Gewest. Het beginsel van de drie gewesten werd dan aanvaard, maar in de praktijk heeft de totstandkoming van de gewesten enige tijd op zich laten wachten.

In afwachting werd in juli 1971 voor de 19 Brusselse gemeenten een enkele instelling opgericht: de Agglomeratie, die over bevoegdheden beschikte inzake ruimtelijke ordening, vervoer, veiligheid, gezondheid, openbare netheid, economische expansie enzovoort.

In 1977 werd een politiek akkoord gesloten over de hervorming van de instellingen en met name over de oprichting van de gewesten (Egmontpact). Aan dit akkoord werd in 1978 concreet invulling gegeven door het Stuyvenbergakkoord. Het Egmontpact en het Stuyvenbergakkoord voorzien in de oprichting van drie gelijkwaardige gewesten. Verder kregen de Vlamingen in Brussel en de Franstaligen in de rand soortgelijke rechten toebedeeld. Toen de regering ten val kwam, werd dit project echter afgevoerd...

Met de bijzondere wet van 8 augustus 1980 werd uiteindelijk een begin gemaakt met de oprichting van de gewestelijke instellingen. In deze wet werd echter met geen woord gerept over het Brussels Gewest omdat het onmogelijk was gebleken een politiek akkoord hierover te bereiken.

Door de bijzondere wet van 12 januari 1989 wordt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest definitief opgericht op het grondgebied van de 19 gemeenten. Verder werden door deze wet wetgevende en uitvoerende organen ingesteld. De uitoefening van de bevoegdheden die verder tot de Agglomeratie behoorden, werd aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest opgedragen.
Link






08:34 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Brussel Hoofdstad van Vlaanderen en Europa

Brussel is de hoofdstad van Vlaanderen en Europa maar vooral van het koninkrijk België. De monarchie heeft met heel wat monumenten, parken en paleizen onmiskenbaar haar stempel gedrukt op de stad. Brussel is eveneens een stad vol muziek. Klassiek of modern, pop of jazz, de tonen van de verschillende ritmes leiden u door de stad en laten u kennismaken met de Brusselaars: een innemend volk met een warm hart. In Brussel is een snuifje surrealisme nooit ver weg. Kortom, laat u hier betoveren door muziek en beeld.

Brussel is een stad met vele gezichten dat vooral tot uiting komt in de vier stadsdelen die een must zijn voor de toerist. Allereerst is er de Benedenstad, die zich uitstrekt van Manneken Pis over de Grote Markt tot aan de Kruidtuin. De Koningswijk in de Bovenstad bestrijkt het gebied tussen de Warande en het justitiepaleis. In het Noorden van de stad ligt de Heizel met het Atomium en Bruparck. En net buiten het centrum vindt u het Jubelpark en de Europawijk.




 


08:33 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Halt aan de verfransing van Brussel

Onze politiekers moeten er een absolute prioriteit van maken om de terugkeer van de Vlaamse gezinnen te bevorderen en een Nederlandse stroming opgang te brengen en de Waalse toeloop te stoppen. Ze moeten op federaal vlak alle mogelijke middelen inzetten om de Waalse economie maximaal te stimuleren, zodat er een emigratie van de Waalse Brusselaars tot stand komt en zij hun roots terug vinden, want enkel een evenwichtige verhouding tussen beide taalgroepen kan tot communautaire vrede leiden. Brussel aan de echte Brusselaars en Haren aan de Harenaars.




 

08:33 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

19-07-04

Leve België - Vive la Belgique

 

Eendracht maakt Macht



L’ Union fait la Force

 

De meest informatieve Belgische website volgens mij KLIK HIER

 

Voor de echte Belgen onder ons KLIK HIER





 

09:13 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Geschiedenis van Brussel

Brussel wordt voor het eerst vermeld op het einde van de 7de eeuw als Bruocsella (= woonplaats in het moeras). Deze naam wijst erop dat de plaats van Frankische oorsprong is, ofschoon de neolithische mens er sporen heeft nagelaten. Na de kerstening (7de eeuw) werd er waarschijnlijk in de Karolingische periode een parochiekerk, gewijd aan de H. Michiel, opgericht. Het dorp maakte deel uit van de pagus Bracbatensis (Brabantgouw) en nadien van het graafschap Ukkel, een van de vier gewesten waarin de pagus was uiteengevallen. Vóór het midden van de 10de eeuw ontwikkelden zich in het Zennedal een werf (aanlegplaats) en een verkeersknooppunt voor het domaniale verkeer. In deze eeuw was er reeds een muntatelier gevestigd. Op het Sint-Gorikseiland in de Zenne werd een castrum (burcht) opgericht, waarschijnlijk in 977. De burcht werd het administratieve en militaire centrum van het graafschap Ukkel (dat sindsdien graafschap Brussel werd genoemd). In het begin van de 11de eeuw werd het graafschap Brussel, door huwelijk, verenigd met het graafschap Leuven. Vanaf ca. 1000 werd Brussel reeds als portus of handelsplaats aangeduid. Met de verplaatsing van de grafelijke residentie van Leuven naar de Koudenberg in de tweede helft van de 11de eeuw hangt waarschijnlijk samen de overbrenging van de relieken van de H. Goedele uit de oude burchtkapel naar de St.-Michielskerk, die weldra St.-Goedelekerk werd genoemd.

 

Ca. 1100 werden de diverse kernen (portus, St.-Goedelekerk, kasteel op de Koudenberg) door een ringmuur omgeven. Brussel kreeg waarschijnlijk bij die gelegenheid een eigen rechtbank. De rechtsmacht van de zeven door de vorst voor het leven aangestelde schepenen, voorgezeten door een vorstelijk ambtenaar, de amman, besloeg het gebied van de oude parochie. Door de verspreiding van het Brussels recht op het platteland was de Brusselse schepenbank op het einde van de 14de eeuw ook een beroepsrechtbank voor het omliggende gebied. Voor het in de 11de en 12de eeuw drukker wordende verkeer tussen Vlaanderen en het Rijnland was de brug over de Zenne een vast doorgangspunt. Reeds in de 12de eeuw was er een niet onbelangrijke groep wevers gevestigd. Het draperiebedrijf werd volledig beheerst door het lakengilde (in 1281 voor het eerst vermeld). Het bestond aanvankelijk uitsluitend uit ‘patriciërs’, een beperkte groep families, vermoedelijk afstammend van de eerste bewoners en grondbezitters, die zich door handel en lakenindustrie hadden verrijkt en door hun economisch overwicht een politiek monopolie (inclusief alle schepenzetels) hadden weten te verwerven. In 1303 kwam onder invloed van de Guldensporenslag een ‘democratische regering’ aan het bewind naast de patricische schepenen. Zij bestond uit twee burgemeesters en een raad van gezworenen. Het patricische regime werd echter in 1306 hersteld, maar geleidelijk verzacht, terwijl van ca. 1330 af de ambachten, de groeperingen van de vaklieden, officieel werden erkend. De ‘democratisering’ in de tweede helft van de 14de eeuw was een indirect gevolg van de inneming van Brussel door Lodewijk van Male en van de herovering van de stad door Everhard 't Serclaes in de nacht van 24 okt. 1356. Tussen 1357 en 1379 werd een nieuwe stadswal gebouwd, waardoor de omwalde oppervlakte van ruim 79 ha toenam tot 449 ha. Gebruikmakend van de beroeringen en de verdeeldheid in Brabant tijdens de regering van Jan IV, maakten de ambachten zich in 1421 meester van de stad. Het gemeen werd militair georganiseerd onder het bevel van honderdmannen of wijkmeesters en een kapitein. De woelingen leidden na 1423 tot een ingewikkelde politieke organisatie, waarbij de macht verdeeld was tussen de zeven patricische geslachten en de negen ‘naties’ of ambachtsgroepen. De magistraat bestond uit zeven patricische schepenen, zes niet-patricische raadslieden, twee burgemeesters en vier rentmeesters. De laatste twee ambten waren gelijk verdeeld tussen geslachten en naties. In feite behield het patriciaat het overwicht, terwijl het ganse regime een sterke plutocratische inslag kreeg. Zelfs na verdere concessies na 1459 bleef de gewone ambachtsman van elke invloed verstoken.

 

De politieke tweespalt tussen de ambachtsmeesters en het gewone volk wijst op een grondige verandering in de sociale structuur. Sinds het midden van de 14de eeuw verkeerde de oude draperie in verval. Zij teerde, evenals de zgn. nieuwe of lichte draperie, die zich in het laatste kwart van de 14de eeuw had ontwikkeld, op een levendige handel met Duitsland langs de jaarmarkten van Frankfurt en vooral van Antwerpen en Bergen op Zoom.

 

De centrale functie van Brussel heeft zich gestadig sterker afgetekend. Op het einde van de 11de eeuw was Brussel het centrum van een graafschap en na het ontstaan van het hertogdom Brabant bleef het het middelpunt van die belangrijke administratieve eenheid, bekend als de ammanie van Brussel. Sinds het einde van de 13de eeuw werd het beschouwd als een van de zeven hoofdsteden van Brabant. Sinds de laatste decennia van de 14de eeuw werden in de Staten van Brabant de steden doorgaans vertegenwoordigd door de vier hoofdsteden, waaronder Brussel, dat bovendien een van de voornaamste hertogelijke residentiesteden was geworden. Door zijn centrale ligging werd het weldra ook de voornaamste hofstad van de Bourgondische Nederlanden. Het Hof, de adellijke families, zoals de Nassaus en de Ravensteins, die zich in de nabijheid van het hertogelijke paleis kwamen vestigen, en de ambtenarenwereld waren grote afnemers voor de talrijke verzorgingsbedrijven en de kunstambachten. De stad beleefde een hoge culturele bloei tijdens de Bourgondische periode.

 

Op het einde van de 15de eeuw brak een zware crisis uit, mede veroorzaakt door het feit dat de stad een leidend aandeel had in de opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk. De bevolking nam af en het Hof werd overgebracht naar Mechelen. Pas in 1531 werd Brussel opnieuw de zetel van de landvoogden en de nieuwe centrale instellingen.

 

Naast de tapijtweverij waren vooral de linnenweverij en de vervaardiging van lederen wandbekledingen belangrijke bedrijfstakken. De handel werd vergemakkelijkt door de aanleg van het Kanaal naar Willebroek (1561; thans Kanaal Brussel–Rupel). De hervorming vond in de stad vrij veel aanhangers. Godsdienstige en politieke motieven liepen dooreen, toen het Eedverbond der Edelen op 5 april 1566 in het paleis te Brussel het beroemde smeekschrift aan de landvoogdes overhandigde. Alva liet in de stad verscheidene edelen onthoofden en ten slotte op 5 juni 1568 ook de Vliesridders Egmont en Horne. Nadien hadden de eigenmachtige regering van de Raad van State en de opstandige Staten-Generaal hun zetel in de stad. Zij stonden onder sterke dwang van de calvinistische magistraat van Brussel. Het calvinistische bewind duurde van 1578 tot 1585, toen kolonel Olivier van den Tympel de belegerde stad aan A. Farnese, hertog van Parma, overgaf.

 

Na de inneming door Farnese werd Brussel opnieuw residentiestad van Hof en regering. Bij het uitbreken van troebelen naar aanleiding van een nieuwe bierbelasting in 1619, werd de volledige stedelijke bestuursorganisatie nogmaals vastgelegd. Zij werd in 1681 opnieuw bekrachtigd. Over de economische geschiedenis in de 17de eeuw is weinig bekend. Het Hof en de talrijke nieuwe kloosters en colleges deden de lokale handel leven, terwijl het Kanaal naar Willebroek de stad ook als handelsplaats enige betekenis verleende. Ofschoon de laken- en de tapijtnijverheid in verval waren, bloeiden het kantwerk, beoefend door duizenden thuis werkende vrouwen, de vervaardiging van lichte stoffen (saaien en fustein) en de linnennijverheid, terwijl de glas- en faiencekunst aan betekenis wonnen.

 

Uitzonderlijk zwaar was de ramp die Brussel trof toen op 13 en 14 aug. 1695 de Franse troepen de stad beschoten. Nagenoeg de hele middenstad werd platgelegd. Ook de stedelijke archieven gingen daarbij grotendeels verloren. Toch was de schade in enkele jaren hersteld en men benutte zelfs de gelegenheid om urbanistische verbeteringen door te voeren. Bij de herstellingswerken werden de oude stedelijke voorrechten teruggevonden. De naties wensten deze dadelijk in ere te herstellen, maar de Spaanse regering beantwoordde de beweging met een streng reglement op het stadsbestuur (12 aug. 1700). De dekens van de naties weigerden in 1717 opnieuw deze regeling te onderschrijven; hun leider Frans Anneessens moest op 19 sept. 1719 zijn verzet met de dood bekopen. Ondanks de zware financiële aderlating die de korte Franse bezetting (1746–1748) voor de stad betekende, was Brussel dadelijk bij de hernieuwing van het economisch leven in de 18de eeuw betrokken. De aanwezigheid van het Hof en al wat zich daar rond bewoog begunstigde uiteraard de plaatselijke economie, maar bovendien werd Brussel als hoofdstad ook het centrum van het nieuwe wegennet, dat sinds 1704 werd uitgebouwd en het handelsverkeer merkbaar bevorderde. Belangrijke firma's voor de expeditiehandel en grote bankinstellingen kwamen er zich vestigen; in 1778 werd ook een officiële Beurs georganiseerd. Ook bij de ontwikkeling van de nieuwe door de regering begunstigde industrieën kreeg Brussel het leeuwendeel.

 

Na de aanhechting van de Zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk (1795) verloor Brussel zijn hoofdstedelijke functie en verviel het tot hoofdplaats van het departement Dijle. Een streng gecentraliseerde administratie, die de oude stedelijke instellingen had vervangen, voerde nog slechts het bewind over een gebied, dat door de wallen van de 14de eeuw werd afgelijnd. In 1815 werd Brussel een van de twee hoofdsteden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en in 1830 werd het de hoofdstad van het onafhankelijke België. Het was trouwens te Brussel dat de Belgische Revolutie was uitgebroken. In het jonge koninkrijk nam het economisch belang van de hoofdstad toe samen met haar politiek en administratief overwicht. Zo werd zij in 1835 het uitgangspunt van het nieuwe spoorwegnet, terwijl de grote financiële staats- en andere lichamen er hun zetel hadden en de centrale culturele en wetenschappelijke instellingen er werden gevestigd. De stad was tevens het toevluchtsoord van vele politieke bannelingen en uitgewekenen als K. Marx, P.J. Proudhon, L. Blanc, V. Hugo, P. Verlaine en G. Boulanger. Ondertussen was Brussel met zijn voorsteden tot een grote agglomeratie samengegroeid. Door het slopen van de wallen (1810–1840) en het afschaffen van het octrooistelsel (1860) was elke materiële scheiding verdwenen. Een van de grootste moeilijkheden bij de modernisering was de administratieve versnippering van de agglomeratie. Zij werd ten dele verholpen door de inlijving van delen van de voorsteden (1853, 1864, 1921 en 1925) en door de officieuze oprichting van een raad van de burgemeesters van de Brusselse agglomeratie. De systematische verfransing van Brussel (oorspronkelijk een Vlaamse stad) werd o.a. gevoerd door Waalse ambtenaren en bedienden die het tweetalige statuut van de hoofdstad weigerden te aanvaarden. De taalwetten en inzonderheid de Wet op de Leerplicht (1914) bepaalden dat de moedertaal de voertaal was in het lager onderwijs. Deze wet zou echter verzacht worden toegepast in Brussel, waardoor de opvatting dat men in Brussel Frans moest kennen, duidelijk tot uiting kwam. De Waalse Brusselaars zagen de tweetaligheid van Vlaanderen en Brussel als een aanslag op hun privileges en op de suprematie van het Frans. Tweetaligheid in de openbare functies zou neerkomen op een monopolie van de Vlamingen. Vanuit beide landsdelen was er in de 19de en 20ste eeuw een omvangrijke migratie naar Brussel. De Vlaamse immigranten kwamen hoofdzakelijk uit de lagere bevolkingsgroepen en de Waalse immigratie was van meer intellectuele aard. Via het onderwijs, de administratie en het zakenleven deed zich het assimileringsproces van de Vlaamse dialectsprekers voor die, dankzij een approximatieve kennis van het Frans, geannexeerd werden bij de tweetaligen en die in volgende generaties een toenemende verfransing doormaakten. In 1921 werden nog drie Vlaamse gemeenten (Laken, Neder-over-Heembeek en Haren) bij de gemeente Brussel gevoegd, als gevolg van de tienjaarlijkse talentelling (zie ook Brussels Hoofdstedelijk Gewest).

 

De door de Duitse bezetting verwezenlijkte versmelting van 19 gemeenten tot Groot-Brussel werd, na de bevrijding van de stad door de Engelse troepen (3 sept. 1944), opgeheven. Het verzet van de bevolking tegen de bezetter tijdens de beide wereldoorlogen leidde in 1914 tot de deportatie van burgemeester Max en in 1941 tot de aanhouding van burgemeester Van de Meulebroeck. In beide gevallen moest de stad zware boeten betalen. In 1958 had te Brussel de Wereldtentoonstelling plaats. In 1979 werd het duizendjarig bestaan van Brussel gevierd.

 

De geschiedenis van de Stad Brussel wordt in het Museum van de Stad Brussel Broodhuis voorgesteld aan de hand van stukken uit de rijke verzameling.

 

De eerste stadskern van Brussel ontwikkelde zich in een driehoekig gebied dat werd begrensd door de zone van de eilanden in de Zenne, waar al vóór 979 een vesting was gebouwd, de Treurenberg met de Sint-Michielskerk en de nieuwe burcht uit de 11de eeuw op de Koudenberg. Omstreeks 1100, omringde deze kleine agglomeratie zich met een omwalling. Kerken en hospitalen werden gebouwd en al gauw groeide de lakenindustrie uit tot de belangrijkste pijler van de economie.

 

In 1229 was de Stad voldoende belangrijk en onafhankelijk geworden, om van de hertog van Brabant een handvest te bekomen, welke haar een zekere graad van autonomie waarborgde. In de XIVde eeuw betrokken de schepenen een huis op het marktplein, de latere Grote Markt. Brussel was op weg om de hoofstad van het hertogdom Brabant te worden. In 1356 wordt ze, na een kortstondige bezetting door de hertog van Vlaanderen, bevrijd door Everaert t 'Serclaes die voor deze heldendaad nog altijd vereerd wordt.

 

Op het einde van deze eeuw kende de Stad een economisch verval dat nog zou toenemen in de daarop volgende eeuw. Niettemin werd het Stadhuis, een meesterwerk ter ere van de gemeentelijke autonomie gebouwd. Tegelijkertijd lieten de hertogen van Bourgondië, opvolgers van de hertogen van Brabant, een paleis bouwen op de Koudenberg als symbool van hun macht. Begin van de XVIde eeuw werd de eerste postdienst opgericht : de keizerlijke koerierdienst Thurn und Taxis. De inhuldiging van het kanaal van Willebroek in 1561 was de laatste heuglijke gebeurtenis vóór het begin van de godsdienstoorlogen. De komst van Aartshertogen Albrecht en Isabella op het einde van de eeuw betekende het begin van een nieuwe periode van voorspoed.

 

Brussel werd meer dan ooit de hoofdstad van de Nederlanden, de centrale instellingen van de regering kwamen er zich definitief vestigen. De vernieling van de Grote Markt in 1695 betekende het einde van een tijdperk maar haar wederopbouw was een prachtige stedenbouwkundige onderneming. De Grote Markt werd een meesterwerk van de barokke architectuur zoals wij ze nu nog kunnen bewonderen.

 

De geschiedenis van Brussel in de XVIIIde en XIXde eeuw was vooral deze van de hoofdstad van het land. Op een korte bezetting na door de legers van de Franse koning Lodewijk XV was Brussel de vredige verblijfplaats van de gouverneur Karel van Lotharingen. Architecturale gehelen van sierlijk classicisme verfraaiden het stadsgezicht : het Sint-Michielsplein (nu het Martelarenplein), het Koningsplein en de wijk rond het Warandepark. In 1789 speelde Brussel een beslissende rol in de Brabantse Omwenteling. Eerst heroverd door de Oostenrjkers en daarna aangehecht bij het revolutionnaire Frankrijk, verloor ze haar autoriteit over de omliggende gemeenten en werd ze een eenvoudige hoofdplaats van een departement.

 

In 1800 telde de Stad nauwelijks 70 000 inwoners. Haar uitzicht onderging vele veranderingen : de stadsomwallingen van de XIVde eeuw werden vervangen door grote lanen; de openbare verlichting op gas deed haar intrede.

Brussel werd tegelijk de stuwende kracht en het toneel van de Belgische revolutie van 1830 die van het land een onafhankelijke staat maakte. De komst van Leopold I werd gevolgd door de inhuldiging van het kanaal Brussel-Charleroi en de oprichting in 1834 van de "Université Libre de Bruxelles".

 

De Stad werd een politiek centrum en een smeltkroes van ideeën onder meer door de aanwezigheid van beroemde bannelingen zoals Victor Hugo en Karl Marx. Tegelijk werden grote werken aangevat die Brussel in een hoofdstad met een indrukwekkende architectuur herschiepen. Denken jullie maar aan het overwelven van de Zenne, het aanleggen van de centrale lanen, het bouwen van het gerechtshof,...

 

Einde XIXde eeuw ontstond de" Art Nouveau" stijl in Brussel. Het aantal inwoners bedroeg toen 200 000. Begin XXde eeuw hebben grote infrastructuurwerken nl. de Noord-Zuidverbinding en de annexatie in 1921 van Laken, Haren en Neder-Over-Heembeek het uitzicht van de Stad grondig veranderd.

 

Vandaag is Brussel een belangrijke internationale stad. De zetels van de Europese instellingen, de NATO en meer dan 500 NGO's (Niet Gouvernementele Organisaties) zijn er gevestigd. Ze is de eerste economische pool van het land en haar haven is de vijfde van België. Het is eveneens een kosmopolitische stad met immigratie overwegend uit het Middelandsezeegebied.

 

Het jaar 2000 was heel bijzonder voor Brussel, ze was culturele hoofdstad van Europa en verscheidene wedstrijden van het voetbaltornooi Eurofoot werden op haar grondgebied gespeeld.

 

In 2001, van 1 juli tot 31 december, nam België het voorzitterschap waar van de Europese Unie. Eveneens is op de top van Nice beslist dat alle Europese Topvergaderingen voortaan zouden doorgaan in Brussel.

Meer

Meer

09:13 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Kaart van Brussel - 1550

Van Jacob van Deventer 

 


09:12 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Kaart van Brussel - 1581

Van Ludovico Guicciardini



09:12 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Kaart van Brussel - 1745

Van le Rouge



09:12 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Kaart van Brussel - 1819

 

Van Guillaume de Wautier


09:12 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De territoriale groei van Brussel

 

De territoriale groei van Brussel

 

 

Bruocsella an de Brania... Een kleine nederzetting aan de Zenne met oorspronkelijk wellicht twee centra, het castrum op het Groot Eiland en de woonkern op en rond de Molenberg die beschutting bood tegen de regelmatige overstromingen van de Zenne. Tussen deze twee kernen ontstond een bloeiend handelsleven met de Niedermerckt als centrum.

Omdat het castrum in de benedenstad zijn militaire waarde verloor, bouwde hertog Lambert-Balderik tussen 1047 en 1121 een slot "supra castrum" (= boven het kasteel) op de Coudenberg. Vanaf dat ogenblik werd ook de bovenstad bewoond. In dezelfde periode kreeg Brussel een stedelijk karakter dat geconcretiseerd werd in de eerste omwalling, die in feite ook de eerste echte begrenzing van de stad was.
In de XIVe eeuw kende Brussel een belangrijke uitbreiding. Toen Lodewijk van Male en even later Everard 't Serclaes aangetoond hadden dat de vestingwallen eigenlijk niet meer deugden, bouwden de Brusselaars in 1357 de tweede stadsomwallingdie dubbel zo lang was als de eerste en een oppervlakte van ongeveer 450 ha omsloot. Let op, de Brusselaars hadden de bijkomende gronden niet zo maar ingepalmd; neen, zij hadden talrijke terreinen verworven tegen gemiddeld één stuiver per roede. De tweede stadsomwalling, die grotendeels overeenstemt met de huidige lanen van de kleine ring, bleef grosso modo de grens van Brussel dat in 1830 juist geteld 415 ha groot was.

Sinds 1925 beslaat Brussel 3.357 ha, een oppervlakte die de stad vandaag ook nog telt. Dat betekent dat het areaal van onze hoofdstad in amper 95 jaar ongeveer acht maal groter werd. Op de plattegrond, even verder, wordt de gebiedsuitbreiding van de stad Brussel overzichtelijk weergegeven.

Velen beweren dat de gebiedsuitbreiding hoofdzakelijk het werk was van koning Leopold II, die geboren werd in 1835 en regeerde van 1865 tot 1909. Deze data hebben hun belang, omdat inderdaad in die periode de uitbreiding van Brussel plaatsvond of voorbereid werd: in 1860 reeds sprak Leopold II de senaat als volgt toe: "Overal rondom ons maken hoofdsteden en steden een ongelooflijke vooruitgang. Ons rijk en artistiek vaderland mag zich door de buurlanden niet laten overvleugelen". Op dat ogenblik had Brussel reeds een deel van de buurgemeente Etterbeek aangehecht, in de eerste plaats om er een totaal nieuwe aristocratische wijk op te trekken (de Leopoldswijk met het gelijknamige station) en in de tweede plaats om het vijftigjarige bestaan van Belgie op Brussels grondgebied te kunnen vieren (de "Cinquantenaire" of Half-Eeuwfeestpaleizen - nu de musea van het leger, de geschiedenis en de auto - en de triomfboog van het Jubelpark). Die aanhechting gebeurde in 1853.

Men beweert dat koning Leopold II, die inderdaad een groot stedebouwer was, wilde dat hij op zijn eigen Brussels grondgebied naar zijn geliefde Zoniënwoud kon rijden en daartoe de Louizalaan en haar verlengde annexeerde. Dat deed zijn vader Leopold I in 1864, ook al moest hij hiertoe het grondgebied van de gemeente Elsene in tweeën splitsen.
De koning dacht - zo zegt men toch - dat een hoofdstad als Brussel ook een heuse zeehaven moest hebben. Omdat deze evenwel op Laken lag, werd zij, samen met het goederen- en douanedepot Tour en Taxis, in 1897 van deze gemeente losgemaakt en bij Brussel gevoegd. In 1910 zou in Brussel een wereldtentoonstelling gehouden worden. En in Brussel, dat betekende dan ook letterlijk in Brussel. Vermits de meest geschikte wijk, de Solbosch-wijk namelijk, in Elsene lag, werd zij in 1907 bij Brussel aangehecht. Tussen haakjes, de wereldtentoonstelling van 1910 is bijna volledig uitgebrand maar dat heeft natuurlijk niets te maken met de annexatie van het grondgebied bij Brussel.
Even later, in 1913, werd een nieuw deeltje van 13 ha bij Brussel gevoegd: op die plaats zou het Natuurhistorisch Museum van België opgetrokken worden. Wat gebeurde. Dit museum bevat trouwens een zeer interessante verzameling met onder meer geraamten van iguanodons en brontosaurussen.

De grootste gebiedsuitbreiding van Brussel vond evenwel plaats in 1921. In dat jaar werden gelijktijdig drie gemeenten, samen 2.255 ha groot, aan Brussel gehecht. Het zijn Laken met het koninklijk paleis en zijn industrie, Neder-over-Heembeek en Haren die langs het kanaal geïndustrialiseerd waren, maar voor de rest als groene long voor Brussel konden gelden. Dit verklaart waarom er veel gesproken wordt over Brussel en zijn oude deelgemeenten Brussel, Laken, Neder-over-Heembeek en Haren.
In 1925 kende Brussel zijn laatste gebiedsuitbreiding door de aanhechting van het Brugmannziekenhuis.


09:11 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Van Stad naar Agglomeratie - Brussel

 

Van stad naar agglomeratie

De landelijke nederzetting aan de Zenne werd snel een stad, die zich van de omgeving afsloot door haar omwallingen. De eerste vestingmuur verdween haast spontaan en de tweede werd tussen 1810 en 1840 afgebroken. Op dat ogenblik bestond er geen materiële scheiding meer tussen Brussel en de aanpalende gemeenten zodat het eigenlijke Brussel met zijn voorsteden gemakkelijk kon samengroeien tot een agglomeratie.

Toch is het eigenaardig - of misschien alleen maar normaal - dat de vorming van de agglomeratie voorafgegaan werd door een duidelijke ontvolking van de stad Brussel die in 1910 nog circa 185.000 inwoners telde, terwijl dat aantal in 1925 gedaald was tot 141.991...
De oorzaken van deze ontvolking waren verschillend: de ongezonde lucht van de Zenne (pestepidemieën in o.a. 1836, 1866 en 1874), de stijgende prijzen van de bouwgronden en de hogere huurgelden dreven de mensen het stadscentrum uit. Ook de octrooigelden verhoogden de kosten van levensonderhoud die, volgens burgemeester De Brouckère in 1848, in Brussel dertig procent hoger lagen dan in de randgemeenten. En wanneer de grote industrieën zich dan ook in de randgemeenten vestigden, werden vele Brusselaars uit de stad weggelokt.

In die periode was Brussel al sterk verfranst en de uitwijking van Brusselaars naar de randgemeenten had daar een versnelling van de verfransing tot gevolg.
Inmiddels was in Vlaanderen de "Vlaamse Beweging" tot stand gekomen die ijverde voor een volwaardige behandeling van het Nederlands: zij zette zich in de eerste plaats in voor taalwetten. Bij de totstandkoming van de verschillende taalwetten viel Brussel uit de boot: het werd een "ville mixte" met een eigen "tweetalig" statuut met een specifieke regeling voor de randgemeenten: indien 30% van de inwoners daar Frans praatten, moest heel het bestuursapparaat er tweetalig worden en vanaf het ogenblik dat 50% van de bewoners zich Franstalig verklaarden, moest de gemeente van taalstatuut veranderen en ingelijfd worden bij de Brusselse agglomeratie.

De allerlaatste inlijving bij de agglomeratie gebeurde in 1954 toen Ganshoren, Sint-Agatha-Berchem en Evere (deze laatste gemeente nochtans met slechts 48,8% Franssprekenden) in de agglomeratie opgenomen werden. Sindsdien is de territoriale beperking van de Brusselse agglomeratie tot de 19 gemeenten die er nu toe behoren, een belangrijke eis van de Vlaamse Beweging. Door de bijzondere wet op de Brusselse Instellingen (12.01.1989) wordt deze eis in werkelijkheid omgezet.


09:11 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Het Zoniënwoud - de groene long van Brussel


Het Zoniënwoud

 

In het zuidoosten van Brussel, op een steenworp van de beroemde Grote markt, ligt een bos van meer dan 5000 hectare: het Zoniënwoud, met aansluitend nog enkele bosparken en privé-bossen. In feite is het één groot beukenbos met zijn eigen klimaat en zijn eigen fauna en flora. Zijn ligging vlakbij een grootstad, de verkeerswegen die er doorheen lopen en het feit dat het bijna volledig omgeven is door residentiële wijken, maken dat het Zoniënwoud uiteenlopende functies dient te vervullen (ecologische, sociale, educatieve, economische). Die zijn niet altijd gemakkelijk te combineren zijn. Omdat het gebied verdeeld is over de drie Gewesten van ons land is het beheer in handen van drie verschillende administraties : 38% wordt beheerd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 56% door het Vlaams en 6% door het Waals Gewest. En dan is er nog het Kapucijnenbos (347 ha) dat afhangt van de Koninklijke Schenking.


09:11 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De Marollen - Brussel

Wie Brussel echt wil leren kennen, moet gaan wandelen. Het hotel Ibis Gare du Midi aan de rand van het oude centrum is een prachtig vertrekpunt. Even de Engelandstraat naast het hotel doorlopen, de ringweg bij de Hallepoort oversteken en binnen een kwartier sta je op het Vossenplein, waar elke morgen tot iets na het middaguur de handelaren hun spulletjes uit vroeger tijden hebben uitgestald. Al heel vroeg komen de echte kenners van antiek hier naar toe en proberen op deze rommelmarkt voor een kleine prijs iets kostbaars te vinden. Vaak zijn het de eigenaren van de winkels vol curiosa in de Blaesstraat en de Hoogstraat in dezelfde buurt. Ook een man die oude schilderijen verkoopt is 's morgens om zes uur al op de Vossenmarkt te vinden. Het is voor hem een traditioneel begin van de dag. Hij drinkt dan meteen een kop koffie in een van de vele cafeetjes rond de markt. Meestal is zijn gang naar de markt tevergeefs, maar soms is het raak en krijgt hij voor weinig geld een meesterstuk in handen. Wie als toerist de Vossenmarkt bezoekt, kan dus het beste zo vroeg mogelijk komen en daarna een hele tijd slenteren tussen oude meubels, veel glaswerk, aardewerk, porselein, aftandse bromfietsen, tv's en naaimachines, muziekinstrumenten en stapels kleding, waar vooral de allochtone inwoners van Brussel in graaien.

 

Blaesstraat

 

Vanaf het Vossenplein loop je bij de winkel waar ze oude reclameborden verkopen zo de Blaesstraat en kom je in het paradijs van wat de Brusselaars brokante winkels noemen. Veel van wat op het Vossenplein te koop was, vind je hier weer terug. Soms lijken die winkels klein, maar wie er even naar binnen loopt, komt meestal in een kolossale ruimte terecht, vol gepakt met spullen van voor de Tweede Wereldoorlog. De grote winkels hebben vaak meerdere verdiepingen en urenlang kun je er rondneuzen. Wie goed zoekt, vindt er nog antiek dat betaalbaar is. Sommige zaken hebben zich gespecialiseerd door alleen glaswerk, meubels, oude schilderijen of nagemaakte 'antieke' badkuipen te verkopen. Prachtig zijn ook de panden, die boordevol zijn met houten beelden, maskers, aardewerk en kralen uit Afrika.

 

Aan het eind van de Blaesstraat is de Kapellekerk, die zowel romaans, gotisch en barok is, want er werd van de 13e tot de 17e eeuw aan gebouwd. Het interieur dat aangetast werd door de bouw van een spoorwegtunnel, is nog niet zo lang geleden helemaal gerestaureerd. Hier is ook het graf van de beroemde kunstschilder Pieter Breugel de Oude.

 

Zavel

 

Van hieruit is het niet ver naar de Grote Zavel, een plein waar je heerlijk kunt flaneren. Hier zijn de luxe zaken van de antiquairs, die naast allerlei meubelstukken ook kostbare schilderijen in hun collectie hebben opgenomen. Verder zijn hier enkele galerieën met moderne kunst. Op zaterdagen van 9 tot 18 uur en op zondagen van 9 tot 14 uur wordt op de Zavel een antiek- en boekenmarkt gehouden.

 

Wie z'n vriendin of vrouw wil verrassen, kan terecht bij de juweliers. Sommigen hebben de kostbaarheden in hun etalages niet eens geprijsd. Om overvallen te voorkomen, heeft men vaak een bewaker met een pistool in dienst genomen. Bij mooi weer genieten velen op een van de terrasjes rond het plein van het zonnetje. Jammer is, dat ze dan meestal het uitzicht hebben op de auto's, die op het plein geparkeerd staan. Eigenlijk zou men daar een parkeerverbod moeten instellen.

 

Taartjes

 

Vergeet niet om even bij Wittamer binnen te stappen, een van de beroemdste taartjesbakkers in heel Europa. Zijn taarten lijken stuk voor stuk op een kunstwerk. Een heel bijzondere winkel is 'La Vaiselle' aan het eind van een steegje bij de Zavelkerk, waar je allerlei spullen uit de keuken als borden en schotels per kilo kunt kopen.

 

Via de Ernest Allardstraat komen we bij het Poelaertplein met het Paleis van Justitie. Het werd in opdracht van koning Leopold II ontworpen door architect Joseph Poelaert en in 1883 in gebruik genomen. Dit geweldige pronkstuk van een gebouw moest symbool staan voor de rechterlijke macht, maar het volk moest er voor wijken. Een deel van de Marollenbuurt werd voor de bouw van het justitiepaleis afgebroken en Poelaert werd uitgescholden voor de 'Skieven Architec". Dat is nu de naam voor een restaurant aan de Vossenmarkt, waar men zelf het bier brouwt.

 

Het Poelaertplein ligt hoog boven Brussel. Van daaruit heb je een prachtig uitzicht over de binnenstad met als topper het stadhuis op de Grote Markt. Sinds kort kun je met een lift weer naar de Marollenbuurt. Je komt dan in de Hoogstraat, die weer naar de Vossenmarkt leidt. Ook in deze straat zijn talrijke winkels met allerhande zaken uit de tijd van grootmoeder. Mooi zijn ook de cafeetjes als Brasserie Ploegmans, waar men zich meteen thuis voelt.

 

De Marollenwijk. Je kunt er urenlang dwalen en dromen over het verleden. In de zijstraten van de Blaesstraat en de Hoogstraat zijn heel wat restaurants en cafés, die door de gewone toerist nooit ontdekt zijn. Hier ontmoet je de Brusselaars van de Marollen, die meesters zijn in het opdissen van sterke verhalen.

 

De Marollen, een van de parels van de Belgische hoofdstad en zo lekker dichtbij het hotel Ibis Gare du Midi...

 

 

Hoogstraat v/ Marollen

 

--------------------------------------------------------------------------------

En konversose in e' gangske Un' conversause dans un gans'

 

--------------------------------------------------------------------------------

 

  Me wôre ne kieë alemô baaieën in oens gangske oep 'nen ôved dat 't zoeö laf was e' zoeö toeffant as iet, e' me sprôke zoeö van alleranne dinge.  On était un' fois tous dans not' gans, un soir qu'i' fesait laf comm' tout, et on parlait de tout' sort' de chos' 

Luppe Lieëmans da' 's zoeö ne farse kadé daai zâ zoeö oep inne kieë:

"Mö wa' sâ dat dö wel mége zaain, dô, daai duzet miljoene stêre, dat dô briljèïre in de loecht?"  Luppe Leemans qu'est comm'ça un drôl' di corps, y dit:

"Mô quoi' s' que ca poudrait bien étr' dô ces mill' millions de stêr, qui brillont là dans l' ciel?" 

"Ba, da' saain stère," repondèide Tiste Blaaikers doroep.

"Da-d-es gieën nies. Mo wa-d-es da-de? Splikèit maai da ne kieë?"  "Bèh, c'est des stêr," répond Tiste Blijker.

"Ça est malin, ça! mô quoi' 'sc' que ça est, ces stêr' là?" 

"Ge meegt seekes saain, dat da' fie es, en da swaainsjelt attaai gelek as kjèse, wodat de windjs oep speltjs. Mö oe aadt dat do? Waai èèt dat dô oep daai ploeisjs geplacèïd, wodat da-d-attaai terig kompt? Dô en verstoei-j-ek maal ni-d-oeit!"  "C'est bien sûr que c'est du feu et que ça swangl toujours comm' des chandell', que le vent souffl' dessus; - mô comment c' que ça tient? qui 's qu'a ça mis à cett' plac' là ou c' que ça revient toujours? Je m' comprends pas la dihors!" 

"Da' gaai apgrenti gewes-d-oeit ba mosje Quertelet, dên oei-je da kinne stidèïre," zâ Lowitje Stoempnees.

"Quertelet?" zâ Mie zieëp dô tisse, "wa' fee bieëst es da-de? Kan da zwumme?"  "Si t'aurais été apprenti chez mossieu Quertelet t'aurais ça su apprendr'," y dit Lowit'je Stoump' neus'.

"Quertelet!" y dit Mie Zieëp, "quoi' sc' que c'est ça pour un' bêt' dô?, ça va sur l'eau?" 

"Da-d-en es gieën bieëst; da-d-es de dirctèë van de konservatoeör ô den boelvaar, dô tèige de Schoerbèïkse poot."

"Van den oepservatoeër, wildje zeggen; ge trompèït à!"  "C'est pas un' bêt', c'est l' directeur du conservatoir', au boul'vard, près de la port' de Schaerbeek."

"De l'observatoir' tu veux dir'!" 

"Lotsjs ma mô trompèïre; 't es toch allemô 't aaigeste boeltje. Awel, dane kadé à en boeis, wô dat ge mèï in de moon kos sien."

"In de moon? es dô iet te zien?" zâ blinje Zjef.  "Och! c'est tout l' mêm' boultje, ç'uilà avait des lunett' avec quoi' c' qu'on voyait dans la lun'."

"Dans la lun' 'sc' qui gn' y a quet'chos' là d'dans tu crois?" y dit Jef l'aveugl'. 

"Onze maîtr' as ek nog 't school frekentèïde, danen é ne kië gezèït, dat se presemèïde, dat er minsjen in de moon wieunde."

"Da kinje kommen hôle! Oe zân ze dô kinnen in blaaïve? Ze zeggen oemmes, dat de moon elen toer roemmetoem de wèreld mokt?"

"Vrôg et mô ô maine gameng, di ô 't stadsschool goot; danen è-g-et in de boekke gelèïze."  "Not' maïtr' d'école a un' fois dit qu'on croyait qu'i' gn' avait des gens dans la lun'."

"Bouf-la-la! comment'sc' qu'y tiendriont dô, puisqu'on dit que la lun' tourn' à l'tour de la terr'?"

"Demande plutôt à m' garçon qui va sur l' stadsschool et qu'a ça rappris dans les livres." 

"Da-d-es allemô flave kil," repondèîde Jan Sjik dor oep, "dat de savangs oeitvinne, om ons te doen inmazjeèïre, da'se mieë wèïten as waaile. Èt er al va-z-lèïve ne persieun gewest, daai in de moon of in de zonne goon kaaiken es? Èt er al ne man gewest, dieë van dô terig kommen es? Da-d-es persies laaik as d'elle en den émel. De gieëstelaaike rezenèïre dô attaai fan, en ze'n emmet fa z-lèïve ni gevisitèïd."  "Tout ça c'est de bêtis'," y dit Jan chique, "que les gens appris' i' z'inventont pour faire croire qu' i' sont plus malins que les autr'. C' qu'i gn' y a un seul qu'a jamais été voir dans la lun' ou dans l'soleil? Cqu' i' gn' y a jamais un qu'est rev'nu de là pour l' raconter? C'est comm'l'Paradis et l'enfer. Le curé parl' toujours de ça et i' n'a jamais été là!" 

"En dè komme ze nog assrèïre, da g'in d'elle attaai moet branne. Da-d-es gè gieë fie da'de! As da fie zâ zaain, dè zâ da toch wel ne kië oeitgôn," za Lowitje.

"Allo, allo! lotsjs os dô oep ni dispetèïre," za Zjef. "As me dô oep pâze, dè kimm' er ni mieë oeit! Da, saain dinge boven ons verstand!"  "Et qu'i dit, que dans l'enfer on brûl' toujours. C'est pas du feu alours'! Si ça s'rait du feu, ça finirait toch bien un'fois de plus brûler." y dit Lowitje.

"Allo, allo! parlons pas d'ça," y dit Jef. "Quan' sc' qu' un' fois on pense là-d'sus, on sait plus en sortir: c'est des chos' trop haut pour notr' verstand." 

"Zoe je ni segge, da'me te bieëst saain," zâ Luppe dôroep: "me zaain pertang geformèïd, lek as d'ander minsje!"

"Luppe," zâ Zjef, "me moetten ie niet dispetèïren; mor as er zaain dat da' verstoon, dè moe-je konvenèïre dat da' kan verstoon weudde."  "C'est just' on n'est que de bêtes nous-autr'," y dit Luppe, "on est c'pendant fait comm' les autr' homm'."

"Luppe," y dit Jef, "Si gn'y en a qui compernont, c'est qu'on peut comprend'." 

... (etc. etc.)  ... (etc. etc.) 

 




09:11 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Het Koninklijk Paleis en de Koningswijk - Brussel

Het Koninklijk paleis

 

Het fraaie Koningsplein in Louis XVI-stijl biedt een prachtig uitzicht op de tuinen van de Kunstberg en het justitiepaleis. Hier liggen de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, die zowel het Museum voor Oude Kunst als dat voor Moderne Kunst bevatten. In het Museum voor Oude Kunst zijn vrijwel alle grote namen present: van de vroegste Vlaamse Primitieven via de Breughel-dynastie tot Rubens, Van Dyck, Jordaens en Teniers.

 

De Koningswijk

 

De Sint-Goedele en Sint-Michielskathedraal prijken majestueus op een heuvel. De bouw ervan begon in de 13e eeuw. Eind 15e eeuw was de bouw klaar, compleet met twee volledige torens, een zeldzaamheid voor een gotische kerk. Opvallend mooi zijn de glas-in-loodramen in renaissancestijl. Via de Treurenberg bereikt u de Regeringswijk. Rond de Warande - een volkomen symmetrisch park - werd in de tweede helft van de 18e eeuw een fraai aangelegde en goed bewaarde stadswijk gebouwd. Aan de noordzijde van het park ligt het Parlement of Paleis der Natie. Ook het nieuwe Vlaamse Parlement bevindt zich hier.

Aan de zuidzijde van het park, ligt het Paleizenplein. Het grootste gebouw is het Koninklijk Paleis, gebouwd op de plaats waar vroeger het paleis van de hertogen van Bourgondië en van Keizer Karel V stond. Een aantal zalen (waaronder de prachtige troonzaal met grote lichtkronen) is gedurende enkele maanden per jaar geopend voor het publiek. Daarnaast bevindt zich het Paleis der Academiën, de voormalige residentie van de Prins van Oranje. Ten westen van het plein vindt u het Paleis voor Schone Kunsten. Hier worden veel belangrijke culturele manifestaties gehouden, waaronder de jaarlijkse Koningin Elisabeth-wedstrijd, afwisselend voor viool, piano en zang.


09:10 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Het Jubelpark en de Europawijk - Brussel

Jubelpark en Europawijk

 

Op het Schumanplein is de zetel van de Europese Commissie en de Europese Raad van Ministers gevestigd. Van hieruit wordt de Europese Unie bestuurd. Het Europees Parlement bevindt zich in de Leopoldwijk vlakbij en kan op verzoek bezocht worden. Het Jubelpark brengt u tot aan de Triomfboog voorbij de Esplanade. Hier zijn een aantal gebouwen geconcentreerd die onderdak bieden aan diverse grote musea. Het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis heeft een rijke verzameling op het gebied van oude beschavingen en Europese kunstambachten.

In het Legermuseum kan u een enorme garderobe legeruniformen bekijken, wapens door de eeuwen heen bestuderen en een uitgebreide collectie tanks en vliegtuigen aanschouwen. Autoworld is het grootste museum van oude auto's ter wereld: meer dan 700 stuks waaronder fraaie exemplaren van de Belgische auto-industrie, met speciale aandacht voor de Minerva's. Het Museum voor Natuurwetenschappen op de Waversesteenweg is één van de modernste en aantrekkelijkste musea in zijn soort van heel Europa. U kan er de evolutie van de mensheid in beeld zien, een prehistorische grot bewonderen, fossielen bekijken.


09:10 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

De Grote Zavel en de Marollenwijk - Brussel

Onze-Lieve-Vrouw-op-'t-Stocksken

 

In het Museum voor Moderne Kunst kan u werk van alle grote Belgische kunstenaars uit de 19e en 20e eeuw bekijken, o.a. heel wat werk van Delvaux en Magritte. Even verder komt u in een andere interessante buurt: de Zavel. Op en rond de Grote Zavel zijn talrijke antiekhandelaren gevestigd en op zaterdag en zondag is er een antiekmarkt. De Zavelkerk bezit een zeer mooi gotisch interieur. Een van de bezienswaardigheden is het 17e eeuwse beeld 'onze-Lieve-Vrouw-op-'t-Stocksken'. Interessant om weten is dat de Brusselse Ommegang ontstond naar aanleiding van de aankomst van dit beeldje in 1359.

In het midden van het plantsoen van de Kleine Zavel staat het standbeeld van de graven Egmont en Hoorn. Let op het hek rondom het plein met beelden van de oude ambachten. De Kapellekerk is een van de merkwaardigste Brusselse kerken. Naast tal van kunstschatten bevindt zich hier ook het graf van Pieter Breughel die in de nabije volkswijk de Marollen woonde en werkte. Op het Vossenplein is er elke dag een rommel, antieken vlooienmarkt. Het meest imposante gebouw in dit stadsdeel is ongetwijfeld het justitiepaleis. Het werd gebouwd op een van de zeven heuvels van Brussel: de Galgenberg.

Ooit was dit het grootste burgerlijke bouwwerk in Europa, zelfs groter dan de Sint-Pietersbasiliek in Rome. De ruimte binnenin is indrukwekkend.

meer info

09:10 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Stadhuis en Grote Markt - Brussel

De Grote Markt van Brussel. Deze Markt werd in 1695 door een bombardement van het Franse leger op het stadhuis na volledig vernield. Bijna onmiddellijk werd met de wederopbouw begonnen. Het resultaat is een van de mooiste pleinen ter wereld.






09:10 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Het Broodhuis - Brussel

In het Broodhuis wordt de geschiedenis van de stad geëvoceerd.
Schilderijen, beeldhouwwerk, wandtapijten, prenten, foto's en maquettes nodigen u uit tot een ontdekkingstocht door de geschiedenis van de stad. Door haar artistieke productie genoot Brussel wereldfaam, lang vóór ze de status van Europese hoofdstad kreeg.
In één van de zalen worden de kostuums tentoongesteld van het meest bekende fonteintje van de stad, Manneken-Pis.

 

Alle dagen open (behalve op maandag) van 10 u tot 17 u  tel. 02 279 43 50.
- Rondleidingen in de collecties op aanvraag tel. 02 279 43 55
- Tentoonstelling "Brussel tussen hemel en aarde" (tot 31/12/2004)


09:10 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Sint-Goedele kathedraal (Sint-Michel) - Brussel

De Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele

  

Dit meesterwerk van Brabantse gotiek vormt een eeuwenoud centrum van cultuur.

 

Hier zetelden naast grote kanunniken (gesticht in 1047) en kleine kanunniken (gesticht in 1225) ook kapelanen en priesters. Die geestelijken speelden een belangrijke rol niet alleen op religieus maar ook op cultureel en zelfs op politiek  vlak.

 

In Sint-Goedele leefde ondermeer de belangrijkste mysticus van de Nederlanden: Jan van Ruusbroec (1293-1381). In deze kerk werd de Brusselse stadsschilder Rogier Vander Weyden (+1464) begraven. Talrijke vorsten waaronder hertog Jan II van Brabant (+1312) en de aartshertogen Albrecht en Isabella vonden er de eeuwige rust. In deze kerk vinden van oudsher  grote officiële plechtigheden plaats.

 

Bij dergelijke gelegenheden werd de muziek van de Brusselse "sanghmeesters" (dirigenten) uitgevoerd.

 

De Brusselse kathedraal werd na jarenlange verwaarlozing schitterend gerestaureerd (1983-1999) door de Regie der Gebouwen.

 

De bezoekers krijgen niet alleen een beeld van de grote cultuurhistorische betekenis van dit monument. Zij ontvangen ook heel wat informatie over de recente restauratiewerken en de daarmee gepaard gaande archeologische opgravingen.

 

De bezoekers dalen ook af in de ondergrond met de resten van de voormalige romaanse kerk (1 € per persoon te betalen aan de kerkfabriek).

 

Het bezoek wordt gevolgd door een stadswandeling.   


09:09 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De Beurs - Brussel

Het Beursgebouw te Brussel

De geschiedenis van Euronext Brussels zelf start bij het begin van de 19de eeuw.

 

De Openbare Fondsenbeurs van Brussel werd opgericht bij decreet van 19 Messidor jaar IX (8 juli 1801). Voor de onderbrenging ervan wees de Franse regering het vroegere Augustijnenklooster op de Wolvengracht aan.

 

Na de verkoop van de kloostergebouwen mochten de bijeenkomsten van de Beurs gehouden worden in de Munt, maar toen deze in 1820 opnieuw in gebruik werd genomen, huurden de wisselagenten een huis in de Willemstraat die nu Leopoldstraat heet.

 

Vanaf 1858, tijdstip waarop de Handelsbeurs een aanzienlijke groei kende ten gevolge van de economische en industriële bloei van het land, leidden de kleine afmetingen en de bouwvalligheid van de verschillende lokalen ertoe dat de beursmiddens bij de gemeente gingen aandringen op de bouw van een nieuwe beurs. Dit bouwwerk werd een prioriteit op de lijst der werken van openbaar nut. Onder de ingediende voorstellen bevond zich het voorstel van de architect Leon Suys die, gesteund door verschillende petities, de goedkeuring kreeg van de gemeenteraad.

 

In 1865 werd in het saneringsproject van Leon Suys - een project dat de stadskern op gezondheidsvlak moest saneren (door o.a. de overbrugging van de Zenne van de Zuidlaan tot aan de Antwerpselaan) - de oprichting voorzien van een groot centraal gebouw gebruikt door de Handelsbeurs en de Centrale Hallen om de economische activiteit van het Brusselse centrum te doen heropleven.

 

De gemeentelijke authoriteiten gaven aan de architect Leon Suys de opdracht een plan op te maken voor een gebouw voor gemengd gebruik.

 

De overeenkomst werd in februari 1868 ondertekend; op 15 juni 1868 werden de plannen goedgekeurd door het College. Het gebouw werd ingeplant op de plaats van het klooster van de Minderbroeders, dat dateerde uit de de 13de eeuw en waarvan de ruïnes nog te bezichtigen zijn in het ondergronds museum in de Beursstraat. In oktober 1869 werd met de bouw aangevangen en op 27 december 1873 werd het gebouw vervroegd ingehuldigd met een groot bal in aanwezigheid van Koning Leopold II en van Koningin Maria-Henriëtta, alsook van de Graaf en de Gravin van Vlaanderen.

 

Nadien werden de werken nog enkele maanden verdergezet, zodat de beursactiviteit er pas kon uitgeoefend worden in de loop van het tweede trimester van 1874.

 

De voorgevel van het beursgebouw bestaat uit een zuilengalerij. Het hoofdgestel, versierd met bloemfestoenen en vruchtenmotieven, symbolen van de overvloed, wordt door acht Korintische kolommen geschraagd. Op dit hoofdgestel rust een driehoeking fronton, waarin een staande voorstelling van België gebeiteld is met rechts een allegorie van de Nijverheid en links van de Zeevaart. Boven dit fronton prijkt een ander beeld van België geflankeerd door de genieën van de Handel en de Nijverheid. Deze beeldhouwwerken werden uitgevoerd door Jozef Stacquet.

 

Onder de zuilengalerij verlenen drie deuren toegang tot het binnengebouw. Boven de middendeur bevinden zich rond de horloge twee gevleugelde figuren van de beeldhouwer De Haen, die het Goed en het Kwaad symboliseren.

 

Aan weerszijden van de brede trap die naar de zuilengang voert, staan twee door J. Jacquet gesculpteerde leeuwen, die ieder door een genius met een brandende toorts in de hand geleid worden.

 

Deze twee monumentale leeuwen bewaken de statige trap aan de voorgevel, één ervan met geheven hoofd, de andere met gekromde rug. De eerste symboliseert de "hausse", de tweede de "baisse", de twee bewegingen die elkaar eeuwig opvolgen op de effectenmarkt. Een Belgische versie van de meer bekende "bears & bulls" dus.

 

In de nissen van de zijgevels zijn slanke vrouwenfiguren opgesteld die o.m. Afrika, Amerika, de Kunst, de Wetenschap, de Metaalnijverheid, enz. voorstellen.

 

Aan de achterzijde van het gebouw (Zuidstraat) bevindt zich op beide hoeken een hoogtepunt van beursdecoratie. De allegorieën "Afrika" en "Azië" zijn er namelijk van de hand van Rodin, de schepper van de kunstwerken "De Omhelzing" en "De Denker", die na de val van de Commune van Parijs in 1871 in Brussel kwam wonen en werken.

 

In de loop der jaren kende het beursgebouw nog heel wat verbouwingen.

 

In de periode van 1930 tot 1950 werd, wegens de steeds grotere toeloop, besloten de bruikbare oppervlakte en de lichtinval te vergroten.

 

Zo werd een derde verdieping toegevoegd en werden de centrale zijgevels (Henri Mausstraat en Beursstraat) opengewerkt. De dragende delen van het gebouw werden met gewapend beton versterkt om deze renovaties te schragen.

 

In de nacht van donderdag 29 op vrijdag 30 november 1990 brak brand uit in een van de kabines van de effectenmakelaars op het gelijkvloers van het beursgebouw.

 

De hevige brand vernielde een oppervlakte van vele honderden vierkante meters. De grootste schade werd evenwel veroorzaakt door de uitslaande roetwolken die alle hoeken van het gebouw wisten te bereiken.


09:09 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De Benendenstad (Grote Markt) - Brussel

 In 1695 liet een bombardement van Brussel door het Franse leger op de Grote Markt alleen het stadhuis overeind. Er werd onmiddellijk met de herbouw begonnen. Het resultaat is één van de mooiste pleinen van de wereld waar elke gevel anders is maar het geheel toch in volmaakte harmonie is. De opvallendste gebouwen zijn het Stadhuis en het Broodhuis. Het Stadhuis (15e eeuw) is het mooiste gebouw van de stad. Boven op de rijzige toren van 97 m prijkt het onlangs gerestaureerde beeld van St.Michiel, de patroon van Brussel. Talloze aandenkens aan het verleden van deze grote stad worden bewaard in de schitterende zalen van het stadhuis. In het Broodhuis is het Museum van de Stad Brussel gevestigd. Attracties hier zijn de maquette van de stad en enkele vroege schilderijen van Breughel. Ook de garderobe van Manneken Pis wordt hier tentoongesteld. Achter het stadhuis, in de Stoofstraat, vindt u de beroemdste burger van de stad. Manneken Pis doet hier al sinds 1691 zijn plasje.Ten noordoosten van de Grote Markt komt u in de Sint-Hubertusgalerij, de oudste overdekte winkelpassage van Europa (1846). Deze drieledige galerij herbergt op een relatief beperkte oppervlakte heel wat winkels, restaurants, cafés, woningen en drie theaters.Via deze galerij komt u in het zogenaamde 'Ilot Sacré' terecht. Hier vindt u aan weerszijden van de straat heel wat restaurants waar u lekker kan eten. Verschillende gebouwen op het Martelaarsplein (18e eeuw) werden recent gerestaureerd. Het loont de moeite om hier even rond te wandelen en te genieten van de symmetrische gebouwen met bun mooie gevels waarachter de Vlaamse Regering haar hoofdkwartier heeft. Nationaal Centrum van het Beeldverhaal, ook wel Stripmuseum genoemd, treft u aan in de Zandstraat. In dit art-nouveau huis zijn werken te vinden van wel honderden Belgische striptekenaars





09:09 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Manneken Pis - Brussel

KLIK HIER

09:09 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |