19-07-04

De territoriale groei van Brussel

 

De territoriale groei van Brussel

 

 

Bruocsella an de Brania... Een kleine nederzetting aan de Zenne met oorspronkelijk wellicht twee centra, het castrum op het Groot Eiland en de woonkern op en rond de Molenberg die beschutting bood tegen de regelmatige overstromingen van de Zenne. Tussen deze twee kernen ontstond een bloeiend handelsleven met de Niedermerckt als centrum.

Omdat het castrum in de benedenstad zijn militaire waarde verloor, bouwde hertog Lambert-Balderik tussen 1047 en 1121 een slot "supra castrum" (= boven het kasteel) op de Coudenberg. Vanaf dat ogenblik werd ook de bovenstad bewoond. In dezelfde periode kreeg Brussel een stedelijk karakter dat geconcretiseerd werd in de eerste omwalling, die in feite ook de eerste echte begrenzing van de stad was.
In de XIVe eeuw kende Brussel een belangrijke uitbreiding. Toen Lodewijk van Male en even later Everard 't Serclaes aangetoond hadden dat de vestingwallen eigenlijk niet meer deugden, bouwden de Brusselaars in 1357 de tweede stadsomwallingdie dubbel zo lang was als de eerste en een oppervlakte van ongeveer 450 ha omsloot. Let op, de Brusselaars hadden de bijkomende gronden niet zo maar ingepalmd; neen, zij hadden talrijke terreinen verworven tegen gemiddeld één stuiver per roede. De tweede stadsomwalling, die grotendeels overeenstemt met de huidige lanen van de kleine ring, bleef grosso modo de grens van Brussel dat in 1830 juist geteld 415 ha groot was.

Sinds 1925 beslaat Brussel 3.357 ha, een oppervlakte die de stad vandaag ook nog telt. Dat betekent dat het areaal van onze hoofdstad in amper 95 jaar ongeveer acht maal groter werd. Op de plattegrond, even verder, wordt de gebiedsuitbreiding van de stad Brussel overzichtelijk weergegeven.

Velen beweren dat de gebiedsuitbreiding hoofdzakelijk het werk was van koning Leopold II, die geboren werd in 1835 en regeerde van 1865 tot 1909. Deze data hebben hun belang, omdat inderdaad in die periode de uitbreiding van Brussel plaatsvond of voorbereid werd: in 1860 reeds sprak Leopold II de senaat als volgt toe: "Overal rondom ons maken hoofdsteden en steden een ongelooflijke vooruitgang. Ons rijk en artistiek vaderland mag zich door de buurlanden niet laten overvleugelen". Op dat ogenblik had Brussel reeds een deel van de buurgemeente Etterbeek aangehecht, in de eerste plaats om er een totaal nieuwe aristocratische wijk op te trekken (de Leopoldswijk met het gelijknamige station) en in de tweede plaats om het vijftigjarige bestaan van Belgie op Brussels grondgebied te kunnen vieren (de "Cinquantenaire" of Half-Eeuwfeestpaleizen - nu de musea van het leger, de geschiedenis en de auto - en de triomfboog van het Jubelpark). Die aanhechting gebeurde in 1853.

Men beweert dat koning Leopold II, die inderdaad een groot stedebouwer was, wilde dat hij op zijn eigen Brussels grondgebied naar zijn geliefde Zoniënwoud kon rijden en daartoe de Louizalaan en haar verlengde annexeerde. Dat deed zijn vader Leopold I in 1864, ook al moest hij hiertoe het grondgebied van de gemeente Elsene in tweeën splitsen.
De koning dacht - zo zegt men toch - dat een hoofdstad als Brussel ook een heuse zeehaven moest hebben. Omdat deze evenwel op Laken lag, werd zij, samen met het goederen- en douanedepot Tour en Taxis, in 1897 van deze gemeente losgemaakt en bij Brussel gevoegd. In 1910 zou in Brussel een wereldtentoonstelling gehouden worden. En in Brussel, dat betekende dan ook letterlijk in Brussel. Vermits de meest geschikte wijk, de Solbosch-wijk namelijk, in Elsene lag, werd zij in 1907 bij Brussel aangehecht. Tussen haakjes, de wereldtentoonstelling van 1910 is bijna volledig uitgebrand maar dat heeft natuurlijk niets te maken met de annexatie van het grondgebied bij Brussel.
Even later, in 1913, werd een nieuw deeltje van 13 ha bij Brussel gevoegd: op die plaats zou het Natuurhistorisch Museum van België opgetrokken worden. Wat gebeurde. Dit museum bevat trouwens een zeer interessante verzameling met onder meer geraamten van iguanodons en brontosaurussen.

De grootste gebiedsuitbreiding van Brussel vond evenwel plaats in 1921. In dat jaar werden gelijktijdig drie gemeenten, samen 2.255 ha groot, aan Brussel gehecht. Het zijn Laken met het koninklijk paleis en zijn industrie, Neder-over-Heembeek en Haren die langs het kanaal geïndustrialiseerd waren, maar voor de rest als groene long voor Brussel konden gelden. Dit verklaart waarom er veel gesproken wordt over Brussel en zijn oude deelgemeenten Brussel, Laken, Neder-over-Heembeek en Haren.
In 1925 kende Brussel zijn laatste gebiedsuitbreiding door de aanhechting van het Brugmannziekenhuis.


09:11 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.