19-07-04

De Marollen - Brussel

Wie Brussel echt wil leren kennen, moet gaan wandelen. Het hotel Ibis Gare du Midi aan de rand van het oude centrum is een prachtig vertrekpunt. Even de Engelandstraat naast het hotel doorlopen, de ringweg bij de Hallepoort oversteken en binnen een kwartier sta je op het Vossenplein, waar elke morgen tot iets na het middaguur de handelaren hun spulletjes uit vroeger tijden hebben uitgestald. Al heel vroeg komen de echte kenners van antiek hier naar toe en proberen op deze rommelmarkt voor een kleine prijs iets kostbaars te vinden. Vaak zijn het de eigenaren van de winkels vol curiosa in de Blaesstraat en de Hoogstraat in dezelfde buurt. Ook een man die oude schilderijen verkoopt is 's morgens om zes uur al op de Vossenmarkt te vinden. Het is voor hem een traditioneel begin van de dag. Hij drinkt dan meteen een kop koffie in een van de vele cafeetjes rond de markt. Meestal is zijn gang naar de markt tevergeefs, maar soms is het raak en krijgt hij voor weinig geld een meesterstuk in handen. Wie als toerist de Vossenmarkt bezoekt, kan dus het beste zo vroeg mogelijk komen en daarna een hele tijd slenteren tussen oude meubels, veel glaswerk, aardewerk, porselein, aftandse bromfietsen, tv's en naaimachines, muziekinstrumenten en stapels kleding, waar vooral de allochtone inwoners van Brussel in graaien.

 

Blaesstraat

 

Vanaf het Vossenplein loop je bij de winkel waar ze oude reclameborden verkopen zo de Blaesstraat en kom je in het paradijs van wat de Brusselaars brokante winkels noemen. Veel van wat op het Vossenplein te koop was, vind je hier weer terug. Soms lijken die winkels klein, maar wie er even naar binnen loopt, komt meestal in een kolossale ruimte terecht, vol gepakt met spullen van voor de Tweede Wereldoorlog. De grote winkels hebben vaak meerdere verdiepingen en urenlang kun je er rondneuzen. Wie goed zoekt, vindt er nog antiek dat betaalbaar is. Sommige zaken hebben zich gespecialiseerd door alleen glaswerk, meubels, oude schilderijen of nagemaakte 'antieke' badkuipen te verkopen. Prachtig zijn ook de panden, die boordevol zijn met houten beelden, maskers, aardewerk en kralen uit Afrika.

 

Aan het eind van de Blaesstraat is de Kapellekerk, die zowel romaans, gotisch en barok is, want er werd van de 13e tot de 17e eeuw aan gebouwd. Het interieur dat aangetast werd door de bouw van een spoorwegtunnel, is nog niet zo lang geleden helemaal gerestaureerd. Hier is ook het graf van de beroemde kunstschilder Pieter Breugel de Oude.

 

Zavel

 

Van hieruit is het niet ver naar de Grote Zavel, een plein waar je heerlijk kunt flaneren. Hier zijn de luxe zaken van de antiquairs, die naast allerlei meubelstukken ook kostbare schilderijen in hun collectie hebben opgenomen. Verder zijn hier enkele galerieën met moderne kunst. Op zaterdagen van 9 tot 18 uur en op zondagen van 9 tot 14 uur wordt op de Zavel een antiek- en boekenmarkt gehouden.

 

Wie z'n vriendin of vrouw wil verrassen, kan terecht bij de juweliers. Sommigen hebben de kostbaarheden in hun etalages niet eens geprijsd. Om overvallen te voorkomen, heeft men vaak een bewaker met een pistool in dienst genomen. Bij mooi weer genieten velen op een van de terrasjes rond het plein van het zonnetje. Jammer is, dat ze dan meestal het uitzicht hebben op de auto's, die op het plein geparkeerd staan. Eigenlijk zou men daar een parkeerverbod moeten instellen.

 

Taartjes

 

Vergeet niet om even bij Wittamer binnen te stappen, een van de beroemdste taartjesbakkers in heel Europa. Zijn taarten lijken stuk voor stuk op een kunstwerk. Een heel bijzondere winkel is 'La Vaiselle' aan het eind van een steegje bij de Zavelkerk, waar je allerlei spullen uit de keuken als borden en schotels per kilo kunt kopen.

 

Via de Ernest Allardstraat komen we bij het Poelaertplein met het Paleis van Justitie. Het werd in opdracht van koning Leopold II ontworpen door architect Joseph Poelaert en in 1883 in gebruik genomen. Dit geweldige pronkstuk van een gebouw moest symbool staan voor de rechterlijke macht, maar het volk moest er voor wijken. Een deel van de Marollenbuurt werd voor de bouw van het justitiepaleis afgebroken en Poelaert werd uitgescholden voor de 'Skieven Architec". Dat is nu de naam voor een restaurant aan de Vossenmarkt, waar men zelf het bier brouwt.

 

Het Poelaertplein ligt hoog boven Brussel. Van daaruit heb je een prachtig uitzicht over de binnenstad met als topper het stadhuis op de Grote Markt. Sinds kort kun je met een lift weer naar de Marollenbuurt. Je komt dan in de Hoogstraat, die weer naar de Vossenmarkt leidt. Ook in deze straat zijn talrijke winkels met allerhande zaken uit de tijd van grootmoeder. Mooi zijn ook de cafeetjes als Brasserie Ploegmans, waar men zich meteen thuis voelt.

 

De Marollenwijk. Je kunt er urenlang dwalen en dromen over het verleden. In de zijstraten van de Blaesstraat en de Hoogstraat zijn heel wat restaurants en cafés, die door de gewone toerist nooit ontdekt zijn. Hier ontmoet je de Brusselaars van de Marollen, die meesters zijn in het opdissen van sterke verhalen.

 

De Marollen, een van de parels van de Belgische hoofdstad en zo lekker dichtbij het hotel Ibis Gare du Midi...

 

 

Hoogstraat v/ Marollen

 

--------------------------------------------------------------------------------

En konversose in e' gangske Un' conversause dans un gans'

 

--------------------------------------------------------------------------------

 

  Me wôre ne kieë alemô baaieën in oens gangske oep 'nen ôved dat 't zoeö laf was e' zoeö toeffant as iet, e' me sprôke zoeö van alleranne dinge.  On était un' fois tous dans not' gans, un soir qu'i' fesait laf comm' tout, et on parlait de tout' sort' de chos' 

Luppe Lieëmans da' 's zoeö ne farse kadé daai zâ zoeö oep inne kieë:

"Mö wa' sâ dat dö wel mége zaain, dô, daai duzet miljoene stêre, dat dô briljèïre in de loecht?"  Luppe Leemans qu'est comm'ça un drôl' di corps, y dit:

"Mô quoi' s' que ca poudrait bien étr' dô ces mill' millions de stêr, qui brillont là dans l' ciel?" 

"Ba, da' saain stère," repondèide Tiste Blaaikers doroep.

"Da-d-es gieën nies. Mo wa-d-es da-de? Splikèit maai da ne kieë?"  "Bèh, c'est des stêr," répond Tiste Blijker.

"Ça est malin, ça! mô quoi' 'sc' que ça est, ces stêr' là?" 

"Ge meegt seekes saain, dat da' fie es, en da swaainsjelt attaai gelek as kjèse, wodat de windjs oep speltjs. Mö oe aadt dat do? Waai èèt dat dô oep daai ploeisjs geplacèïd, wodat da-d-attaai terig kompt? Dô en verstoei-j-ek maal ni-d-oeit!"  "C'est bien sûr que c'est du feu et que ça swangl toujours comm' des chandell', que le vent souffl' dessus; - mô comment c' que ça tient? qui 's qu'a ça mis à cett' plac' là ou c' que ça revient toujours? Je m' comprends pas la dihors!" 

"Da' gaai apgrenti gewes-d-oeit ba mosje Quertelet, dên oei-je da kinne stidèïre," zâ Lowitje Stoempnees.

"Quertelet?" zâ Mie zieëp dô tisse, "wa' fee bieëst es da-de? Kan da zwumme?"  "Si t'aurais été apprenti chez mossieu Quertelet t'aurais ça su apprendr'," y dit Lowit'je Stoump' neus'.

"Quertelet!" y dit Mie Zieëp, "quoi' sc' que c'est ça pour un' bêt' dô?, ça va sur l'eau?" 

"Da-d-en es gieën bieëst; da-d-es de dirctèë van de konservatoeör ô den boelvaar, dô tèige de Schoerbèïkse poot."

"Van den oepservatoeër, wildje zeggen; ge trompèït à!"  "C'est pas un' bêt', c'est l' directeur du conservatoir', au boul'vard, près de la port' de Schaerbeek."

"De l'observatoir' tu veux dir'!" 

"Lotsjs ma mô trompèïre; 't es toch allemô 't aaigeste boeltje. Awel, dane kadé à en boeis, wô dat ge mèï in de moon kos sien."

"In de moon? es dô iet te zien?" zâ blinje Zjef.  "Och! c'est tout l' mêm' boultje, ç'uilà avait des lunett' avec quoi' c' qu'on voyait dans la lun'."

"Dans la lun' 'sc' qui gn' y a quet'chos' là d'dans tu crois?" y dit Jef l'aveugl'. 

"Onze maîtr' as ek nog 't school frekentèïde, danen é ne kië gezèït, dat se presemèïde, dat er minsjen in de moon wieunde."

"Da kinje kommen hôle! Oe zân ze dô kinnen in blaaïve? Ze zeggen oemmes, dat de moon elen toer roemmetoem de wèreld mokt?"

"Vrôg et mô ô maine gameng, di ô 't stadsschool goot; danen è-g-et in de boekke gelèïze."  "Not' maïtr' d'école a un' fois dit qu'on croyait qu'i' gn' avait des gens dans la lun'."

"Bouf-la-la! comment'sc' qu'y tiendriont dô, puisqu'on dit que la lun' tourn' à l'tour de la terr'?"

"Demande plutôt à m' garçon qui va sur l' stadsschool et qu'a ça rappris dans les livres." 

"Da-d-es allemô flave kil," repondèîde Jan Sjik dor oep, "dat de savangs oeitvinne, om ons te doen inmazjeèïre, da'se mieë wèïten as waaile. Èt er al va-z-lèïve ne persieun gewest, daai in de moon of in de zonne goon kaaiken es? Èt er al ne man gewest, dieë van dô terig kommen es? Da-d-es persies laaik as d'elle en den émel. De gieëstelaaike rezenèïre dô attaai fan, en ze'n emmet fa z-lèïve ni gevisitèïd."  "Tout ça c'est de bêtis'," y dit Jan chique, "que les gens appris' i' z'inventont pour faire croire qu' i' sont plus malins que les autr'. C' qu'i gn' y a un seul qu'a jamais été voir dans la lun' ou dans l'soleil? Cqu' i' gn' y a jamais un qu'est rev'nu de là pour l' raconter? C'est comm'l'Paradis et l'enfer. Le curé parl' toujours de ça et i' n'a jamais été là!" 

"En dè komme ze nog assrèïre, da g'in d'elle attaai moet branne. Da-d-es gè gieë fie da'de! As da fie zâ zaain, dè zâ da toch wel ne kië oeitgôn," za Lowitje.

"Allo, allo! lotsjs os dô oep ni dispetèïre," za Zjef. "As me dô oep pâze, dè kimm' er ni mieë oeit! Da, saain dinge boven ons verstand!"  "Et qu'i dit, que dans l'enfer on brûl' toujours. C'est pas du feu alours'! Si ça s'rait du feu, ça finirait toch bien un'fois de plus brûler." y dit Lowitje.

"Allo, allo! parlons pas d'ça," y dit Jef. "Quan' sc' qu' un' fois on pense là-d'sus, on sait plus en sortir: c'est des chos' trop haut pour notr' verstand." 

"Zoe je ni segge, da'me te bieëst saain," zâ Luppe dôroep: "me zaain pertang geformèïd, lek as d'ander minsje!"

"Luppe," zâ Zjef, "me moetten ie niet dispetèïren; mor as er zaain dat da' verstoon, dè moe-je konvenèïre dat da' kan verstoon weudde."  "C'est just' on n'est que de bêtes nous-autr'," y dit Luppe, "on est c'pendant fait comm' les autr' homm'."

"Luppe," y dit Jef, "Si gn'y en a qui compernont, c'est qu'on peut comprend'." 

... (etc. etc.)  ... (etc. etc.) 

 




09:11 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

in vorm advies-galerie-projecten Wat een prachtige site! en er spreekt zoveel liefde uit. Misschien ben ik dus aan het goede adres voor de volgende vraag. Graag zou ik samen met mijn galerie verhuizen (nu Dordrecht, Nederland). Brussel, de Zavel of Kleine Zavel zou misschien iets zijn?? Brussel ken ik alleen van een dagje uit en Art Brussel, de kunstbeurs. Volgende week ben ik in Brussel in een hotel om eens wat te gaan rondlopen en de sfeer te proeven. Er komt natuuurlijk veel meer voor kijken. Toevallig kwam ik op uw site, een Brusselaar in hart en nieren! Kunt u mij adviseren of het a) een goed idee is en b) dit een goede wijk is. ('k ben niet kapitaal krachtig, maar houd erg van kunst. Nu woon ik in een huis boven de galerie, zoiets zoek ik) Met vriendelijke groet Ineke Voorsteegh (kunst te zien op www,in-vorm.nl)

Gepost door: Ineke Voorsteegh | 31-03-05

De commentaren zijn gesloten.