19-07-04

De Beurs - Brussel

Het Beursgebouw te Brussel

De geschiedenis van Euronext Brussels zelf start bij het begin van de 19de eeuw.

 

De Openbare Fondsenbeurs van Brussel werd opgericht bij decreet van 19 Messidor jaar IX (8 juli 1801). Voor de onderbrenging ervan wees de Franse regering het vroegere Augustijnenklooster op de Wolvengracht aan.

 

Na de verkoop van de kloostergebouwen mochten de bijeenkomsten van de Beurs gehouden worden in de Munt, maar toen deze in 1820 opnieuw in gebruik werd genomen, huurden de wisselagenten een huis in de Willemstraat die nu Leopoldstraat heet.

 

Vanaf 1858, tijdstip waarop de Handelsbeurs een aanzienlijke groei kende ten gevolge van de economische en industriële bloei van het land, leidden de kleine afmetingen en de bouwvalligheid van de verschillende lokalen ertoe dat de beursmiddens bij de gemeente gingen aandringen op de bouw van een nieuwe beurs. Dit bouwwerk werd een prioriteit op de lijst der werken van openbaar nut. Onder de ingediende voorstellen bevond zich het voorstel van de architect Leon Suys die, gesteund door verschillende petities, de goedkeuring kreeg van de gemeenteraad.

 

In 1865 werd in het saneringsproject van Leon Suys - een project dat de stadskern op gezondheidsvlak moest saneren (door o.a. de overbrugging van de Zenne van de Zuidlaan tot aan de Antwerpselaan) - de oprichting voorzien van een groot centraal gebouw gebruikt door de Handelsbeurs en de Centrale Hallen om de economische activiteit van het Brusselse centrum te doen heropleven.

 

De gemeentelijke authoriteiten gaven aan de architect Leon Suys de opdracht een plan op te maken voor een gebouw voor gemengd gebruik.

 

De overeenkomst werd in februari 1868 ondertekend; op 15 juni 1868 werden de plannen goedgekeurd door het College. Het gebouw werd ingeplant op de plaats van het klooster van de Minderbroeders, dat dateerde uit de de 13de eeuw en waarvan de ruïnes nog te bezichtigen zijn in het ondergronds museum in de Beursstraat. In oktober 1869 werd met de bouw aangevangen en op 27 december 1873 werd het gebouw vervroegd ingehuldigd met een groot bal in aanwezigheid van Koning Leopold II en van Koningin Maria-Henriëtta, alsook van de Graaf en de Gravin van Vlaanderen.

 

Nadien werden de werken nog enkele maanden verdergezet, zodat de beursactiviteit er pas kon uitgeoefend worden in de loop van het tweede trimester van 1874.

 

De voorgevel van het beursgebouw bestaat uit een zuilengalerij. Het hoofdgestel, versierd met bloemfestoenen en vruchtenmotieven, symbolen van de overvloed, wordt door acht Korintische kolommen geschraagd. Op dit hoofdgestel rust een driehoeking fronton, waarin een staande voorstelling van België gebeiteld is met rechts een allegorie van de Nijverheid en links van de Zeevaart. Boven dit fronton prijkt een ander beeld van België geflankeerd door de genieën van de Handel en de Nijverheid. Deze beeldhouwwerken werden uitgevoerd door Jozef Stacquet.

 

Onder de zuilengalerij verlenen drie deuren toegang tot het binnengebouw. Boven de middendeur bevinden zich rond de horloge twee gevleugelde figuren van de beeldhouwer De Haen, die het Goed en het Kwaad symboliseren.

 

Aan weerszijden van de brede trap die naar de zuilengang voert, staan twee door J. Jacquet gesculpteerde leeuwen, die ieder door een genius met een brandende toorts in de hand geleid worden.

 

Deze twee monumentale leeuwen bewaken de statige trap aan de voorgevel, één ervan met geheven hoofd, de andere met gekromde rug. De eerste symboliseert de "hausse", de tweede de "baisse", de twee bewegingen die elkaar eeuwig opvolgen op de effectenmarkt. Een Belgische versie van de meer bekende "bears & bulls" dus.

 

In de nissen van de zijgevels zijn slanke vrouwenfiguren opgesteld die o.m. Afrika, Amerika, de Kunst, de Wetenschap, de Metaalnijverheid, enz. voorstellen.

 

Aan de achterzijde van het gebouw (Zuidstraat) bevindt zich op beide hoeken een hoogtepunt van beursdecoratie. De allegorieën "Afrika" en "Azië" zijn er namelijk van de hand van Rodin, de schepper van de kunstwerken "De Omhelzing" en "De Denker", die na de val van de Commune van Parijs in 1871 in Brussel kwam wonen en werken.

 

In de loop der jaren kende het beursgebouw nog heel wat verbouwingen.

 

In de periode van 1930 tot 1950 werd, wegens de steeds grotere toeloop, besloten de bruikbare oppervlakte en de lichtinval te vergroten.

 

Zo werd een derde verdieping toegevoegd en werden de centrale zijgevels (Henri Mausstraat en Beursstraat) opengewerkt. De dragende delen van het gebouw werden met gewapend beton versterkt om deze renovaties te schragen.

 

In de nacht van donderdag 29 op vrijdag 30 november 1990 brak brand uit in een van de kabines van de effectenmakelaars op het gelijkvloers van het beursgebouw.

 

De hevige brand vernielde een oppervlakte van vele honderden vierkante meters. De grootste schade werd evenwel veroorzaakt door de uitslaande roetwolken die alle hoeken van het gebouw wisten te bereiken.


09:09 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.