12-07-04

De Munt - Brussel

De Munt [theater], (Frans: La Monnaie), theater in Brussel, ontleent zijn naam aan de muntslagerij die daar oorspronkelijk was gevestigd. Het eerste theater, gebouwd in 1700 naar een ontwerp van de Italiaan Paolo Bombarda, bankier van Maximiliaan II Emanuel van Beieren, kende reeds in de 18de eeuw een grote bloei onder leiding van de Oostenrijker Ignaz Vitzthumb (1723–1816). Het in 1819 ingewijde nieuwe gebouw, dat als een der beste zalen van die tijd werd beschouwd en waaraan in 1826 door J.A. Petipa een Conservatoire de la Danse werd toegevoegd, brandde in 1855 volledig uit; het werd herbouwd door J. Poelaert (ingewijd 1856). Tot 1963 was het gebouw eigendom van de stad Brussel die de directeur aanstelde en de instelling, toen Koninklijke Muntschouwburg genoemd (Fr.: Théâtre Royal de la Monnaie), samen met de staat en de provincie Brabant subsidieerde. Daarna werd het theater door de staat overgenomen en ging men de naam Nationale Opera voeren. Na een verbouwing in 1985–1986 (door o.a. Ch. Vandenhove) werd De Munt heropend.

 

In 1830, na een opvoering van de patriottische opera La muette de Portici van D. Auber, braken hier de rellen uit, die uitgroeiden tot de Belgische Revolutie. In de daaropvolgende jaren ontwikkelde De Munt zich, naast Parijs, tot een van de belangrijkste operatheaters, vooral onder de directies van Stoumon en Calabresi (1875–1885 en 1889–1900), van Dupont en Lapissida (1886–1889) en van Kufferath en Guidé (1900–1914). Tal van nieuwe opera's kregen er hun eerste Franse uitvoering en belangrijke Franse componisten boden Brussel de creatie van hun werken aan, zoals Massenet(Hériodade, 1881), Reyer (Sigurd, 1884) en Chausson(Le Roi Arthus, 1903). Corneil de Thoran (in De Munt actief als dirigent vanaf 1911 en directeur van 1918 tot 1953) probeerde met wisselend succes de vooruitstrevende positie van De Munt te handhaven en werd opgevolgd door Joseph Rogatchewsky (1953–1959) en Maurice Huisman (1959–1981). Deze brak volledig met het verleden en het bestaande repertoiresysteem, opteerde voor opvoeringen in de originele taal, richtte een operastudio op en stichtte in 1960, met Maurice Béjart, het Ballet van de XXe Eeuw dat spoedig meer internationale aandacht kreeg dan de operaproducties van De Munt. Daar kwam op een ingrijpende manier een kentering in sinds de directie van Gérard Mortier (1981–1991), die van De Munt opnieuw een toonaangevend operatheater maakte. In 1987 leidde een conflict tussen Mortier en Béjart tot het vertrek van de laatste. Het Ballet van de XXste Eeuw werd ontbonden en in 1988–1991 vervangen door de Monnaie Dance Group Mark Morris. Vanaf het seizoen 1991–1992 werkt De Munt met tijdelijk verbonden gastchoreografen (van 1991 tot 1993 A.T. de Keersmaeker). In 1990 werd Bernard Foccroulle aangewezen als opvolger van directeur Mortier.


17:21 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.