11-07-04

Het Jubelpark - Brussel

Het Jubelpark

 

De geschiedenis van het museum begint aan het einde van vorige eeuw. De omgeving van het Jubelpark, waar het museum nu gelegen is, was omstreeks 1860 een terrein waar de burgerwacht 's zondags maneuvers hield. Met de uitbreiding van de stad, kwam hier een nieuwe woonwijk tot stand die de stad Brussel met haar voorsteden moest verbinden. Pas in 1875 werden de eerste concrete plannen voor het Jubelpark ontworpen door architect Gédeon Bordiau: een groene ruimte met tentoonstellingspaviljoenen om het vijftigjarig bestaan van het Belgische Koninkrijk te vieren.

 

Omdat de manifestatie zo'n succes kende, werd besloten om het park uit te breiden. Later, in 1888, ter gelegenheid van de Grote Internationale Wedstrijd voor Wetenschappen en Nijverheid kreeg het complex zijn definitieve naam: het Jubelpark en de Jubelpaleizen

  

In 1890 begon men met de bouw van een ééndelige triomfboog. Door financiële moeilijkheden en de dood van de architect in 1904 werden deze plannen niet uitgevoerd. Voor de wereldtentoonstelling van 1897 werd dan maar een voorlopige constructie neergezet. De Parijse bouwmeester Girault, een vertrouwensman van Leopold II, zette de werken na de dood van architect Bordiau voort. Hij hertekende de plannen en bouwde de bekende drieledige triomfboog die op 27 september 1905, op de vijfenzeventigste verjaardag van het koninkrijk, werd ingehuldigd in aanwezigheid van bouwmeester Leopold II.

 

In 1910 werd het geheel met oog op de Wereldtentoonstelling voltooid en kreeg het Jubelpark zijn huidige vorm: twee vleugels bestaande uit grote hallen die met elkaar werden verbonden door een halfcirkelvormige zuilengalerij, en met als architecturale blikvanger de indrukwekkende drieledige triomfboog.

  

Vandaag is de Bordiau hall het enige deel dat nog overblijft van de originele plannen. De waarschijnlijk meest ingrijpende verandering aan het complex gebeurde in 1956. Een brand verwoestte het gedeelte aan de Nerviërslaan. Een nieuwe hall werd opgetrokken maar verschilt duidelijk van het oorspronkelijke project en breekt daardoor de symmetrie die het originele ontwerp van 1880 kenmerkte.

 
Het Legermuseum

  

Tijdens de wereldtentoonstelling van 1910 bracht Louis Leconte onder de naam Museum van het Leger een negenhonderdtal voorwerpen bij elkaar die de bezoekers een idee moesten geven van de geschiedenis van onze strijdkrachten sedert 1830.

 

Het succes van de expositie was zeer groot. Op politiek vlak pleitte men dan ook voor een volwaardig en permanent museum en Leconte kreeg de opdracht zijn verzameling niet verloren te laten gaan. Via een Koninklijk Besluit van 28 februari 1911 kreeg hij enkele erg vervallen lokalen van de vroegere Militaire School in het Ter Kamerenbos ter beschikking.

 

Na W.O.I ging het met grote stappen vooruit. De verzameling groeide aanzienlijk door tal van schenkingen door privé-personen en steun van diverse buitenlandse regeringen. Leconte die als officier 4 jaar aan de IJzer had gestreden, kreeg op 24 juni 1919 van het Ministerie van Oorlog de toestemming om voor het museum een keuze te maken uit gerecupereerd oorlogsmateriaal. Het museum kreeg in één klap een nieuwe dimensie. Het gebouw puilde zo uit dat een nieuw onderkomen noodzakelijk was, wat het museum kreeg in de noordervleugel van het Jubelpark. Op 28 juli 1923 wordt het Legermuseum daar plechtig ingehuldigd in aanwezigheid van Koning Albert I

   

Louis Leconte werd ondertussen uit actieve militaire dienst ontslagen en tot hoofdconservator benoemd.

 

Tijdens W.O.II werd het museum door de bezetter gesloten. Enkel de bibliotheek was nog toegankelijk. Na de oorlog werden de collecties opnieuw opengesteld voor het publiek. Organisatorisch werd het Museum op een nieuwe leest geschoeid en werden verschillende departementen opgericht: militaire geschiedenis, archief en bibliotheek, prentenkabinet en cartotheek. Het wetenschappelijk team werd uitgebreid. Een aangepaste bewerking, ontleding en bestudering van de verzamelingen bracht een betere dienstverlening.

  

Het museum werd beloond voor al deze inspanningen: bij Koninklijk Besluit van 11 juni 1976 werd het een wetenschappelijke instelling van de Belgische Staat van het tweede niveau met drie afdelingen: technologie, wetenschappelijke documentatie en onderzoek. De algemene opdracht wordt als volgt omschreven: het opzoeken, verwerven, bewaren en ter beschikking stellen van documenten, studies, publicaties of voorwerpen met betrekking tot de militaire geschiedenis.

 

Het museum breidt nog steeds zijn verzameling uit. Zo werd in 1972 een Lucht- en Ruimtevaartafdeling en in 1980 een Pantserafdeling ingehuldigd. In 1986 werd de belangrijke collectie oude wapens van de Hallepoort naar het Museum overgebracht en in 1996 werd een nieuwe afdeling Marine geopend.

 

Het museum wil steeds een zo volledig mogelijk overzicht bieden van wat zich in de militaire maatschappij afspeelt, en zal dat ook in de toekomst blijven doen.


02:12 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.