11-07-04

Brussel en de Zenne

Brussel vertoonde in het midden van de 19de eeuw weinig opvallende veranderingen in vergelijking met de Middeleeuwen, ondanks de belegeringen en branden waaronder zij in de loop van haar geschiedenis heeft geleden. De Belgische hoofdstad, zoals alle organische steden van de Oude Wereld, gekenmerkt door kronkelende straten en smalle steegjes, wordt doorkruist door een rivier, de Zenne. Deze waterloop ontspringt in het hartje van Henegouwen, stroomt door verschillende gehuchten en bereikt ten slotte Brussel, waar hij zich loom uitstrekt in een moerasgebied waar irissen en narcissen ontluiken. Daar, op een van de door de rivier uitgesneden eilandjes, zal Brussel ontstaan. Langs de oevers vestigen zich langzamerhand papier- en graanmolens, zeemleerfabrieken en leerlooierijen, brouwerijen en azijnfabrieken, en ook katoenfabrieken. Deze industrieën halen water uit de Zenne en lozen er hun afvalwater. In de 19de eeuw zorgen de groeiende industrialisatie en de overbevolking voor ernstige problemen inzake milieuverontreiniging. De overheid moet het hoofd bieden aan overstromingen, die steeds rampzaliger gevolgen hebben, verschillende cholera-epidemieën en aan de ongezonde levensomstandigheden en het gebrek aan hygiëne in de dichtbevolkte wijken van de benedenstad. De Zenne wordt een vergaarbak voor allerhande afval en een besmettingshaard. Het hygiënebewust rationalisme zal deze bron van verderf willen uitroeien door de rivier te saneren of te doen verdwijnen en de stadskanker zowel van zijn bouwvallige huisjes en krotten als van zijn berooide inwoners willen bevrijden.
Na verscheidene expertises en contra-expertises beslist men de rivier, die schandelijke Styx, te overwelven. De werken gaan gepaard met een ingrijpende verandering van het stadsbeeld: de meanders van de Zenne moeten het veld ruimen voor een brede hausmanniaanse laan met aan beide zijden hotels en herenhuizen, appartementsgebouwen en de maatschappelijke zetels van grote ondernemingen.

In 1863 stelt burgemeester Jules-Victor Anspach (1829-1879) voor om zo snel mogelijk met de saneringswerken te beginnen. In drie jaar tijd, tussen 1863 en 1865, worden meer dan veertig ontwerpen bij het Stadsbestuur ingediend. In oktober 1865 keurt de Stad Brussel het ontwerp van architect Léon Suys goed. Door de buitengewone omvang van de onderneming is een financieringsplan nodig. Anspach neemt contact op met Engelse financiers die de Belgian Public Works Company stichten. In februari 1867 nemen de werken een aanvang. In november 1871 wordt de overwelving van de Zenne ingehuldigd, terwijl de initiatiefnemers in een financieel schandaal zijn verwikkeld. Men is dan nog volop bezig met de afwerking van de centrale lanen en met de bouw van de Beurs en de grote hallen.

Deze belangrijke episode in de geschiedenis van Brussel wordt toegelicht aan de hand van documenten uit die periode, die in de Koninklijke Bibliotheek van België worden bewaard. De Afdeling Kaarten en Plans onthult het fundamenteel belang van de cartografische verzamelingen van Philippe Vandermaelen voor de geschiedenis van Brussel. Het Prentenkabinet toont naar aanleiding van deze tentoonstelling haar kostbare fotoverzamelingen (Ghémar, Kämpfe, Radoux en Blochouse). Ook het Penningkabinet en het Departement Gedrukte Werken leveren een bijdrage voor deze tentoonstelling, die in het kader van Brussel 2000 wordt georganiseerd.


10:01 Gepost door Jantje de Belg | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.